Zegen onder de Zon
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Vele koningen geleden
keek er eentje naar beneden
stalen worm in tunnel diep
is wat hij toen schiep.
Met luid gebrul en woeste donder
raast hij nu nog altijd onder
toch hoeft gevreesd dit monster niet
door gangen zwart galmt lieflijk lied.
“Oh kongingszoon, zingt zo schoon en virtuoos.
falenloos staat aldaar zondermaar
nimmer belet, spant wijd net van goud
en
eer tijden oud bracht zonder hinder ginder.”
Waren mijn handen met rijkdom en mirre
zou ik U kronen tot koning der keerlen
toch leeg zij mijn zak
daalder noch knàk
maar metro algroots kan’t niet minder deren.