Menu tonen/verbergen
Voorkeurenmenu omschakelen
Persoonlijk menu tonen/verbergen
Niet aangemeld
Uw IP-adres wordt openbaar zichtbaar als u wijzigingen aanbrengt.

Het zal u niet verbazen, maar de ronde flappen in den pan zijn een waar onderzoeksobject. Het heeft de mens sinds heugenis geboeid en zo zijn menige theorieën geformuleerd. Deze pagina is bedoeld voor een kort overzicht van de meest essentiële onderzoeksresultaten. Te beginnen bij de hoofdstelling om uiteindelijk uit te komen bij een indeling in classificatie van geslachten, soorten en ondersoorten.

Hoofdstelling

Stelling 1.1 Elke pannenkoek is uniek.

Bewijs

Zij x,y pannenkoeken en f een functie van pan naar koek, voor elk punt op het pannenkoekenvlak zal gelden dat f(x) strikt groter of kleiner is dan f(y). Uit deze ongelijkheid volgt uniciteit.[1]


Corrolarium Er zijn verschillende soorten pannenkoeken.

Bewijs

Zij x,y pannenkoeken, dan volgt uit stelling 1.1 dat x ≠ y. Voor het kunnen definiëren van soorten is echter een minimumfactor van overeenkomst nodig. Deze minimumfactor is in 1956 exact uitgerekend door dr. M. Heijn en is precies 4,008. Als we f(x) + f(y) optellen voor alle punten n in het pannenkoekenvlak en het totaal delen door 2n (ook wel het pannenkoekengemiddelde), dan volgt uit het mogelijke bereik van functie f dat het pannenkoekengemiddelde zowel onder als boven de minimumfactor van overeenkomst kan vallen. Omdat x en y willekeurig gekozen zijn, impliceert dit dat er verschillende soorten pannenkoeken zijn.

Genus Pannus

Overzicht:

  • Oliefactor
  • Moment van beslagopname
  • Momentum van beslagopname
  • Locatie van beslagopname
  • Overige Uiterlijke kenmerken

Oliefactor

Men kan verscheidene geslachten definiëren in de pannenkoekenkunde. Als we uitgaan van het eenheidsbeslag, dan kunnen we aan de hand hiervan een duidelijke gradering specificeren door middel van de oliefactor. De oliefactor gaat van nul tot één, waarbij nul geen olie is en één de gehele vulling van het pannenkoekenvlak.

Het pannenkoekengeslacht met oliefactor nul (pgx00) doet zich vaak kenmerken door enerzijds wit te zijn en aan de panzijde geheel zwart. Tevens behoudt deze veelal niet zijn ronde vorm.

De verzameling geslachten met een oliefactor tussen 0,1 en 0,5 (pgx01 tot pgx05) zijn veelal de klassieke, bijna Platonische pannenkoeken. Een lage oliefactor bevorderd pancontact en daarmee een egalere kleurspreiding, terwijl een hoge oliefactor zorgt voor reliëf en eilandsvorming in de kleuringsstructuren.

Bij geslachten van oliefactoren hoger dan 0,5 (pgx05-pgx10) ontstaat het krokantheidsfenomeen. Hierbij wordt het pancontact zodanig verkleind dat de pannenkoek in veel tot uiterste mate slechts door olie wordt verwarmd en doordrenkt. Dit resulteert in sporadische knapperigheid in het pannenkoekenvlak en contrastrijke reliëf- en kleurstructuren.

Moment van beslagopname

Een tweede onderscheidingsfactor is het moment van beslagopname in de pan, aangeduid met getallen uit de verzameling ℕ. Veelal pg1y en pgmax(|{pannenkoeken}|)y staan berucht om hun diversiteit. pg1y, ofwel de eerste pannenkoek, kan bij gebrek aan verwarming en te hoge oliefactor een groot drijfgehalte bevatten. Dit resulteert in een bleekscheet die nooit kleur zal krijgen. De pgmax(|{pannenkoeken}|)y, ofwel de laatste pannenkoek, doet zich door verminderde beslagopname kenmerken door uiteenlopende vormen, variërend van octopussen tot wolven.

Locatie van beslagopname

De plaats waar het beslag de pan ontmoet kan op verschillende manieren worden uitgedrukt. Uit didactische redenen is hier gekozen voor het straalcoëfficïent r. Deze noteert de afstand tot het panmidden van 0 tot 1, waarbij 1 de panrand is. Men kan dit aangeven in het pannenkoekennummer door r03 aan het einde toe te voegen, bijvoorbeeld: pg303r05 is de derde pannenkoek met oliefactor 0,3 en halverwege het middelpunt en de rand gegoten. Uiteraard levert de locatie van beslagopname een grote variëteit aan vormen op, daar de pannenkoekenkern zich aan de hand hiervan vormt.

Uiterlijke Kenmerken

 
Een exemplaar van pg8(max)01r07: De Brother of Pancakes. De hausdorff-dimensie is berekend en het blijkt dat deze pannekoek nog net binnen het culinaire domein valt.

Hierboven werd reeds de pannenkoekenkern aangehaald: dit is de rondachtige vorm in het midden met een hoog kleur- en dichtheidsgehalte.[2] Verder kunnen we nog de uitloopzone en de rand definiëren. Een rand kan een opgewipt uitschot bevatten, maar dit is zeker niet noodzakelijk. Bij kundige koks kan overigens sprake zijn van een dynamische kern, maar daarvoor is voorkennis vereist van inleiding pdv, dus die laten wij hier achterwege.

Momentum van beslagopname

Het kan zijn dat een bakker zijn enthousiasme niet kan bedwingen. Dit kan resulteren in een hoeveelheid beslag die de pannenkoekenbeslaglepel bijna niet kan verdragen en druipend zal deze zijn tocht naar den pan wagen wier verzadigingsconstante ernstig zal worden overschreden. Het resultaat noemen wij: een dikke pannenkoek.

Een gematigde en trefzekere bakker des pannekoek weet echter de juiste hoeveelheid in zijn pannenkoekenbeslagpollepel te verkrijgen door deze voor het moment van de zwaai met een schuinheidsfactor 2 onder te dompelen. Dit resulteert in een klassieke tot dunne pannenkoek met een bijna franse naamsaanduiding.

Er is echter een kaliber van pannenkoekenbereiders die zonder eerbied voor de rondheid der pannenkoeken de schuinheidsfactor van hun pannenkoekenbeslagpollepel radicaal ophogen tot ongekende getalen. De panverzadigingsconstante wordt hier niet eens bijna benaderd en er ontstaat een panvacuum die slechts gevuld wordt door ongekende randtoename. De hausdorff-dimensie[3] is hier zelden kleiner dan 1,5. Dat deze praktijken bestaan moge hier zijn aangeduid, maar dit betreft toch veeleer een kunstzinnige toepassing dan een culinaire.

Kooktechnieken

De draai

Elke pannenkoek bereikt een punt waarop de panzijde gepermuteerd moet worden met de kokzijde. Dit punt varieert afhankelijk van de hoogte van het vuur en het momentum van de beslagopname (zie hierboven). Indien de pannenkoekenbereider geduldig wacht tot de kokzijde van de pannenkoek niet meer vloeibaar is, dient zich een gelegenheid aan de pannenkoek zonder spatelgerei te verheffen uit de panbodem, ten tijde waarvan de permutatie zich in het luchtledige kan voltrekken. De bereider moet hierbij een aantal zaken in acht nemen waarvan zijn polskracht, pangewicht en plafondhoogte er enkele zijn.

De dubbele plons

 
Zie hierboven een grafische indicatie of uw pols al dan niet voldoet aan de plonsvaardigheid. Het bezit van de plonspolsknobbel bij het bovenste voorbeeld is veelal wenselijk.

De dubbele plons is een uiterst geavanceerde pannenkoekentechniek die niet alleen aankomt op timing, maar tevens het uiterste vraagt van de polstechnieken van de pannenkoekenbereider. Het resultaat is echter dubbelzijdige perfectie, boven het niveau der stervelingen.

Voordat wij ingaan op de daad van het plonzen, zullen wij moeten beschrijven wat wij bedoelen met de dark side of the pancake. (Ter illustratie mag verwezen worden naar het gelijknamige album waardoor de band Pank Floyd hun bekendheid verwierf.) De dark side of the pancake, ook wel de duistere pannenkoekenzijde, verwijst naar de lelijke kant van de pannenkoek. Voor de gewone pannenkoekenbereider zijn pannenkoeken met deze eigenschap onvermijdelijk en het gevaar bestaat dat een consument, ongeletterd in de pannenkoekenkunde, met een kans van bijna meer dan 50% de verkeerde zijde van de pannenkoek tijdens consumptie in het zicht houdt. Dit is iets wat op hoger niveau natuurlijk voorkomen zou moeten worden, en jawel, als u verder leest, leert u wellicht hoe dit te doen.

De naam van de volgende techniek is gebaseerd op de herhaling van de plons. Indien u wel eens de zegen van het pannenkoekenbakken ten deel is gevallen (en o, hoe onwaarschijnlijk en ontzagwekkend tragisch zou het tegendeel zijn), dan weet u alles af van het zenuwstrelende geluid dat ontstaat als het koele eenheidsbeslag siddert op het zinderende panijzer. Dit moment noemen wij de eerste plons. Nu denkt u: hoe kan een pannenkoek mogelijkerwijs twee maal plonzen? Ik zeg u, wacht niet te lang, want inmiddels begint de bovenzijde van uw pannenkoek heet te worden en u wil nog de vloeibare resten gebruiken voor de tweede plons. Probeer voortijdig uw pannenkoekenpermutatie uit te voeren, nog voor de bovenzijde begonnen is vast te worden en u zult een tweede plons ervaren.

Let wel: uw pols dient hier uiterst vaardig te zijn, want een verkeerde beweging kan resulteren in gespat op plaatsen waar u liever geen pannenkoek zou zien ontstaan.

Met succes zal ook bij deze wenteling u het genot ten deel zijn van de sissende zenuwstreling op het moment dat de vloeibare resten van de pannenkoek opnieuw de pan raken. Bovendien zult u zien dat er een wedergeboorte plaatsvindt van structuren zoals die eerder alleen aan de bovenzijde zichtbaar waren. En dat mensen, is toch waar we het voor doen?

Werptechnieken

In de kunde onderscheiden zich drie werptechnieken. De eerste volgt de geometrische benadering van de parabool, de tweede neigt naar een hyperbool en de derde naar de diabool. De eerste is de meest wenselijke. Zij kenmerkt zich door een galante zwaai met een zwier van x-kwadraat en landt na een minimaal hellingsgetal wederom terug in de pan met een bescheiden afstandsverschil.[4]

De hyperbool vereist een bovenmenselijke precisie en is niet aan te raden, daar deze niet fysiek mogelijk schijnt. Het is zeker niemand gelukt een pannenkoek de ene oneindigheid in te sturen om hem vervolgens uit de andere oneindigheid terug geworpen te krijgen. Probeer dit niet.

 
Een pg10203wdia met een tragisch duidelijke impact van de diabolische wentel.

Het kan zijn dat een pannenkoekenbereider zijn koksmuts te boven schiet, indien deze alsnog probeert de hyperbolische draai te bewerkstelligen. Het resultaat kan dan slechts eindigen in de diabool: een onbeschrijflijke ruimtelijke functie, met slechts een dubbele afgeleide gelijk aan nul, waarbij het infimum vervangen is door het inferno. Men verkrijgt de diabolische wentel.


Referenties

  1. We verwerpen hier de stelling dat het universum discreet is.
  2. Bedenk trouwens dat er bij ervaren koks sprake is van een dynamische kern.
  3. Indien u wil weten wat een Hausdorff-dimensie is dan vindt u dat niet hier.
  4. Merk op dat hier niet de dalparabool bedoeld wordt. Dit voorkomen is zeker mogelijk, maar vereist een ontmoeting met de keukenvloer en is dus onwenselijk.