Menu tonen/verbergen
Voorkeurenmenu omschakelen
Persoonlijk menu tonen/verbergen
Niet aangemeld
Uw IP-adres wordt openbaar zichtbaar als u wijzigingen aanbrengt.

Dwergqueesten door Midden-Aarde

Uit De FNM-wiki

Het was een avond in mei. De laatste zonnestralen kwamen door het dal van Rivendel, waar twee dwerggeneraties zich ophielden. Onder de ceremoniële ogen van Elrond sloten Thraín en zijn zoon Thorin een dwergenweddenschap. Wie van hen de meeste schatten zou vergaren in de tijd van twee seizoenen, zou de koning onder de berg worden. Diep in de nacht smeedde Thraín een sluw plan. Hij zou met een klein gezelschap van oude dwergen vroeg in de ochtend vertrekken en hoopte de IJzerheuvels te bereiken om van zijn verwanten menig schat te ontvangen, voor hij was een geslepen ziel. Bovendien sprak hij die nacht een reisgenoot van zijn zoon, de geniepige Óin, aan wie hij weelde had beloofd als hij er met de gewonnen schatten van Thorin vandoor zou gaan.

Ochtend brak aan. Thorin en zijn reisgenoten, bestaande uit: Oín, Glóin, Dori en Kili, ontwaken en ze ontdekken snel dat Thraín al is vertrokken. Woest om de achterstand die ze zo vroeg zijn opgelopen maken ze zich klaar om te vertrekken, maar dan voegt Celeborn zich bij het gezelschap in de hoop deze dwergenstreken met een hoger plan te beïnvloeden. Hij had die nacht boodschappen gestuurd om te tovenaars in te lichten. Onder gezelschap van Celeborn vertrekt dit gezelschap nog voor de middag aanbrak. Door bossen van hulst en langs bergwortels kwamen zij langs zo veel duistere wezens dat ze ternauwernood weerstand konden bieden met hun dwergenbijlen. Ze konden het niet helpen zich af te vragen wat zo veel van dit ongedierte had doen ontwaken.

Intussen trekt Thraín, onder gezelschap van: Gimli, Fili en Annalena de elf, flierefluitend en luid trommelend door diezelfde bossen. Zij nemen de Roodhornpas om aan het gevaar van Moria te ontkomen. Zo komen zij voorspoedig en welgerust in Lórien aan.

Het gezelschap van Thorin ontsluit wel de deuren van Moria. Zij ontmoeten hier vier orkwachters die zij daar met de duisternis gelijk maken. In de krochten van de mijnen vinden zij een mithril harnas. Uitgeput, maar levend, bereiken zij de uitgang van Moria en ze zien het gouden woud al liggen. Kili de scout ging uit voorzorg de bossen alvast verkennen en hij wees de paden die hen voorbij de onverwacht vele monsters zou leiden. Maar helaas, meer nog dan zij konden bevroeden waren ontwaakt door de muzikale klanken van hun voorgangers en wederom ontsnapten zij ternauwernood aan de klauwen van de spinnen uit het woud.

Nu echt aangekomen in Lórien ontmoetten zij het net vertrekkende gezelschap van Thraín en zij roepen vele verwensingen na wanneer de groep van Thraín met hun luid getrommel de paden uit Lórien betreden. Dit gezelschap hoopt op hun tocht naar de IJzerheuvels nog de Aardmansteden te plunderen voor goud en juwelen. Wederom zonder al te veel schermutselingen komen zij in de Aardmangrotten in de Hoge Pas. Na een kort gevecht met de bewoners denken ze dat de schatten ze voor het oprapen liggen. Zij vinden daar echter slecht één gouden ring. Gimli neemt hem maar mee, aangetrokken door een vreemde schoonheid. Zo gaan zij verder op pad.

Terwijl Thorin rust in de huizen van Galadriel vertelt Celeborn het over het lot van Midden-Aarde en dat hij hoopt dat zij willen wachten op de komst van de tovenaars die hij heeft ingelicht. Maar de dwergen gaan hebzuchtig hun eigen gang en verlaten Lórien terwijl Celeborn vermetel over hun koppigheid toch maar besluit met ze mee te gaan. In hun verlangen schatten te treffen hopen zij eindelijk hun koninkrijk te verlossen uit de greep van de weerzinwekkende Smaug. Zo trekken zij richting de Eenzame Berg, maar Dori bleef achter, getroffen door de schoonheid van het Gouden Woud. Zonder de muzikale sabotage verloopt hun reis uitmuntend.

Ondertussen hebben twee tovenaars bericht ontvangen van de dwergqueesten. Het zijn Pallando en Gandalf. Pallando dacht wel dat hij de queesten kon vormen naar hogere doelen. Hij was in de buurt van Rivendel toen hij hoorde dat de dwergen naar Lórien getrokken waren. Met zelden zoveel haast trok hij eenzaam naar het zuiden, bijna roekeloos nam hij de snelste weg. Veilig kwam hij aan in Lórien, maar de dwergen had hij net gemist. Gandalf was intussen bij Saruman op bezoek, hopend enige kennis op te doen aangaande de ringen der macht toen hij hoorde van het bericht uit Rivendel. Een voorgevoel ontwaakte in hem dat die dwergen zomaar eens op een ring konden stuiten. Nog voor zijn pijp was opgerookt verliet hij Orthanc richting Lórien.

De partij van Thraín bereikt wederom het daglicht na de duistere tunnels van de aardmannen. Uit voorzorg vraagt Fili, verkenner zijnde, naar de route richting de IJzerheuvels. Thraín vertelt hem van de noodzaak om via Sarn Goriwing te reizen om daar te een tijd te rusten, gezien de lengte van de route. Een herinnering uit de vroege jaren van Fili's leven wakkerde een onnoemelijke doodsangst in hem aan. Hij weende: "Nimmermeer zal ik geraken in dat verderfelijk oord!" "Indien gij dit reisgenootschap verlaat, bezin u dan in deze duistere ondergrond en tref ons in Lórien, want dat is waarheen wij zullen gaan." Hoewel zij hier niet over spraken was dit een slag voor het gezelschap van Traín en minder fier waren hun marsen die daarop volgden. Ze bereikten de IJzerheuvels pas toen Thorin al bij de Eenzame Berg was geraakt.

Geroezemoes klonk in de echo's van de dalen rondom de Eenzame Berg. Thorin stelde voor de vuige Smaug frontaal te lijf te gaan, maar Kili herinnerde hem toen aan de verborgen ingang. Dit stelde hen in staat om de schat van Durin te bemachtigen zonder ook maar het minste te doen om hun thuisland te bervrijden van de tirannie van de draak. Juigend vonden zij de eeuwenoude bijl van Durin in de verborgen schatkamers van Erebor en jubelend renden zij de heuvels weer af. Hier zou Traín niet van terug hebben.

Intussen had ook Traín zijn thuisland bereikt en zijn verwanten onthaalden hem met groot genot. Zonder een woord bedolven ze hem met de grootste weelde waaronder munten, sieraden, goud en zeldzame edelstenen en hij dacht: "Thorin kan wel fluiten naar de winst." Met de verworven schatten ging het gezelschap terug naar Lórien, hopend daar hun oude kamaraad weer te treffen.

Wat de dwergen geen van allen wisten was dat de tovenaars eindelijk samen waren in Lórien. Pallando en Gandalf bespreken hun plannen onder leiding van Galadriel. ze komen tot de conclusie dat Pallando samen met Celeborn en de dwergen Dol Guldur in zal nemen en Gandalf met de dwergen die naar Lórien onderweg zijn in Moria op zoek zal gaan naar magische ringen. Geen van allen wist hoe deze plannen voor de dwergen zouden uitpakken.

De rampspoed begon aan de voeten van de IJzerheuvels. Misschien kwam het door het luid gefeest, misschien door de trommels en fluiten, of misschien door de doem die rond de magische ringen hangt. Zeker wist niemand het, maar uit de spelonken van de rotsen kwam niet één, niet twee, maar drie grotwoerden. Ze verrasten de dwergen en hun euforie veranderde in doodsangst. Vlug trokken zij hun bijlen, maar al snel doorboorde één van de vlijmscherpe woerdtanden Annalena de elf en zij raakte gewond. Wanhopig veilde Traín één van de woerden, maar voor zij iets uit konden richten zagen zij hoe de laatste grotwoerd op afschuwelijke wijze Gimli naar binnen slokte met de gouden ring en samen met het andere laffe scharminkel terug de grot in kroop. De droevenis was ongekend, maar tijd voor rouw was er niet, want het tweede seizoen was al bijna voorbij. Zo ging wat er over was van de groep met hun hoofden gebogen richting Lórien.

Aan de andere kant van het woud ontvangt Celeborn een bericht van Galadriel dat Pallando in aantocht is en hij wordt aangespoord om Dol Guldur in te nemen en zo ook de dwergen to rijkdommen te leiden. De dwergen reageren ongeduldig. Als Dol Guldur zo veel schatten bevat, waarom zouden ze daar dan niet als eerste naar zijn vertrokken. Wie weet wat de sluwe vos van een Thraín nog in petto had. Toch smeekte Celeborn de dwergen te wachten daar de macht in Dol Guldur wel bovennatuurlijk boosaardig was. Helaas verdwaalde Pallando in de Dode Moerassen en zou vermoedelijk daar zijn einde vinden, hoewel dit verhaal dat niet vertelt. Het ongeduld van de dwergen heeft haar grens bereikt en zij bestormen het duistere fort in het woud. De tegenstand die Celeborn vreesde was terecht, want vele trollen en orks ontsproten uit de kerkers. Doch Celeborn onderschatte de furie van dwergen wanneer zij goud ruiken en met de bijl van Durin vond menig mormel diens eind. Nadat zij de duistere vorst en het algemene kwaad van de wereld verslagen hadden vonden zij in de kerkers het bekende zwaard genaamd Woerdvloek. Bij het zien van dit koninklijk zwaard wilde Thorin de trouw van zijn metgezel Óin belonen door hem dit te schenken. De volgende morgen was de beste Óin nergens meer te bekennen.

In Lórien ontmoetten Thraín en de gewonde Annalena hun oude metgezel Fili en de tovenaar Gandalf. Gandalf vertelde de groep over rijkdommen (waaronder een ring) die te vinden zouden zijn in de dieptes van Moria. Bezeten door hebzucht en de vermoeidheid van de teistering stemden ze in. De reis naar Moria was kort, dus veel kon er niet op het spel staan. Zo trok het viertal richting de mijnen, maar elk wezen met kwade bedoelingen in deze hoek van Midden-Aarde wist onderhand van deze dwergtochten en wachten daar in grote getalen. Wolven, spinnen, groot en klein en zelfs een Waker wachtten op hen op hun pad. Zelfs voor deze dappere krijgers onder leiding van de grootste tovenaar van die tijd werd dit te veel. Thraín was de eerste die viel, Fili volgde niet veel later. Annalena had de tijd nog niet gehad om goed te herstellen en maakte ook geen kans tegen dit geweld. Gandalf realiseerde zijn fout, maar het was te laat. Op de brug van Khazad-Dûm werd hij belaagd door al wat duister is en stortte de diepte in.