Nachtwaan
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
Bij dalende dag en dovend licht
En leden die hangen met groot gewicht
Zink ik terug in droom en nevel
En wacht mij zaligheid of geluk ontwricht
Ziel weggetrokken in verborgen vouw
V'rschijnt dan naast mijn omhulsel een vrouw
Zij fluistert mij al die zoete leugens
Die ik zoo graag horen zou
In haar woorden al het begeerde bevat
En alle blijdschap die ik ooit vergat
En rozen en honing en zon en kandij
En warm geluk stralend alom, totdat
Waken sleurt mij uit mijn waan
met handen leeg en hart ontdaan
Ik sluit mijn ogen, tracht terug te grijpen
Naar dat wat nooit, nooit heeft bestaan