Moe
Piet hij was een somber man
had veel ellendigs meegemaakt
maar toen de brief de bus in kwam
dat grootmoe enstig ziek was
had dat hem in zijn diepst geraakt
treurig hij was als maar zjin kan
zo was hij dat niet vaak
van dit nieuws dat hij toen las.
Hij moest haar wel bezoeken gaan
dat stond voor hem bovenal
zijn lange jas trok hij aan
om de kou te trotseren
hij wist allicht er zal
een lange reis te wachten staan
over heuvel en door dal
door bossen over meren.
Vijf dagen telde zijn tocht
en na die vijfde dag
achter de laatste bocht
stond daar een huisje in het bos
toen hij dat huis daar zag
en trof wie hij lang zocht
grootmoe die in haar bedje lag
braken alle tranen los.
“Lang heb ik gewacht”
sprak grootmoe ingenomen
“op deze lange nacht
was het een zware reis?”
“ik ben van ver gekomen”
zei Piet toen doef en zacht
“nu mag je fijn gaan dromen”
en in zijn hand nam hij zijn zeis.