De Poliepgaard
Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea's stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan treedt het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen vissen ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw; en floot zodoende een lied...