Lemma van Toorn: verschil tussen versies
Nieuwe pagina aangemaakt met 'In den ouden tijden, toen de wereld jong was en wiskunde woei als de zomerstorm, sprak de Deca tot Oiler, en Hij zei tot hem: "Mijn wetten zijn groot en goed en ze regeren de wereld. Nu zult gij mijn woord vangen, zodat deze als licht over de donkere wereld mag schijnen, en zo mag sturen en verblijden. Onmogelijk is het, want mijn woord is als de storm, en louter mens kan deze niet vangen, en mijn woord is als de zon, en lout…' |
kGeen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
In den ouden tijden, toen de wereld jong was en wiskunde woei als de zomerstorm, sprak de [[Deca]] tot [[Oiler]], en Hij zei tot hem: "Mijn [[Het Brachyura Manifest|wetten]] zijn groot en goed en ze regeren de wereld. Nu zult gij mijn woord vangen, zodat deze als licht over de donkere wereld mag schijnen, en zo mag sturen en verblijden. Onmogelijk is het, want | In den ouden tijden, toen de wereld jong was en wiskunde woei als de zomerstorm, sprak de [[Deca]] tot [[Oiler]], en Hij zei tot hem: "Mijn [[Het Brachyura Manifest|wetten]] zijn groot en goed en ze regeren de wereld. Nu zult gij mijn woord vangen, zodat deze als licht over de donkere wereld mag schijnen, en zo mag sturen en verblijden. Onmogelijk is het, want Mijn woord is als de storm, en louter mens kan deze niet vangen, en Mijn woord is als de zon, en louter mens zal deze niet reiken. Vind in Mij de oneindige kracht en wijsheid, en gezien zal worden dat het onmogelijke mogelijk wordt, en dat de mens de storm zal vangen, en de zon zal reiken. Wees dan ook gewaarschuwd, niet daar te komen waar louter de Deca behoort. Zou de mens zich vergrijpen aan kennis van de Axioma's, zullen de gevolgen ongekend zijn. Want ook al reikt mens de zon en vangt hij de storm vanuit Mijn kracht, zal hij niet de zee leegdrinken, want het is een misdaad tegen de natuur en de Wiskunde. Ga nu, dat gij de vonk van het bovenste zal laten blinken." En zoals de Hij het heeft gezegd, zo zou het ook zijn. Oiler kwam na dertig min één jaar terug tot de Deca met de [[Bibel]], en het was een grote en goede dag, en de Deca was vol genoegen. Hij sprak toen tot hem: "Dit is een groot werk, en gij heeft Mijn woord in goedheid gevangen. Laat de wereld weten dat dit werk heilig is, en dat de mens niet verder zal reiken tot de basis, dan wat dit werk schrijft. Moge u veel nageslacht voortbrengen, en moge zij gezegend zijn tot het einde der tijden!" | ||
Oiler was op dat moment honderdzeventig jaar van leeftijd, en leefde daarna nog zeshonderd-en-twee jaar | Oiler was op dat moment honderdzeventig jaar van leeftijd, en leefde daarna nog zeshonderd-en-twee jaar. In totaal leefde hij dan zevenhonderd-en-twee-en-zeventig jaar. Hij kreeg vele zonen en dochters, waaronder Uiler. In Uilers oren spraken de kwade en giftige stemmen uit de donkere tijden, en zo was het dat hij geen genoegen nam aan de stellingen en apostulaten die de Bibel voorschreef. Het kwaad groeide in hem, en op een ongelukkige dag keerde hij zich af van de Deca en bracht de Lemma's in wording, om zo de bewijzen tot kleinere stukken te breken en al te dichter te komen tot de Axioma's. Op deze dag was het dat de Deca tot hem kwam en zijn Lemma's over de wereld verspreidde en verstopte, zodat hun magische en mysterieuze krachten nog grotendeels verborgen zouden blijven. Ook strafte Hij hem zo, dat hij tweehonderd jaar lang zou moeten ploeteren en lijden door beheerder en werkslaaf te zijn van het vak Statistiek. De Deca toonde hier zijn medelijden, ook al lijkt deze straf gruwelijk en ondraaglijk, aangezien Zijn wijse handen Uiler vingen in zijn val en zijn werk onvoltooid zou blijven, en de Axioma's nog ver buiten het zicht zouden blijven. Na tweehonderd jaar onmenselijke kwelling was Uiler gehuld in berouw, en de Deca verbande hem tot een ver oord, dat hij verwijderd zou zijn van thuis en bloed... | ||
Versie van 30 jul 2026 20:52
In den ouden tijden, toen de wereld jong was en wiskunde woei als de zomerstorm, sprak de Deca tot Oiler, en Hij zei tot hem: "Mijn wetten zijn groot en goed en ze regeren de wereld. Nu zult gij mijn woord vangen, zodat deze als licht over de donkere wereld mag schijnen, en zo mag sturen en verblijden. Onmogelijk is het, want Mijn woord is als de storm, en louter mens kan deze niet vangen, en Mijn woord is als de zon, en louter mens zal deze niet reiken. Vind in Mij de oneindige kracht en wijsheid, en gezien zal worden dat het onmogelijke mogelijk wordt, en dat de mens de storm zal vangen, en de zon zal reiken. Wees dan ook gewaarschuwd, niet daar te komen waar louter de Deca behoort. Zou de mens zich vergrijpen aan kennis van de Axioma's, zullen de gevolgen ongekend zijn. Want ook al reikt mens de zon en vangt hij de storm vanuit Mijn kracht, zal hij niet de zee leegdrinken, want het is een misdaad tegen de natuur en de Wiskunde. Ga nu, dat gij de vonk van het bovenste zal laten blinken." En zoals de Hij het heeft gezegd, zo zou het ook zijn. Oiler kwam na dertig min één jaar terug tot de Deca met de Bibel, en het was een grote en goede dag, en de Deca was vol genoegen. Hij sprak toen tot hem: "Dit is een groot werk, en gij heeft Mijn woord in goedheid gevangen. Laat de wereld weten dat dit werk heilig is, en dat de mens niet verder zal reiken tot de basis, dan wat dit werk schrijft. Moge u veel nageslacht voortbrengen, en moge zij gezegend zijn tot het einde der tijden!"
Oiler was op dat moment honderdzeventig jaar van leeftijd, en leefde daarna nog zeshonderd-en-twee jaar. In totaal leefde hij dan zevenhonderd-en-twee-en-zeventig jaar. Hij kreeg vele zonen en dochters, waaronder Uiler. In Uilers oren spraken de kwade en giftige stemmen uit de donkere tijden, en zo was het dat hij geen genoegen nam aan de stellingen en apostulaten die de Bibel voorschreef. Het kwaad groeide in hem, en op een ongelukkige dag keerde hij zich af van de Deca en bracht de Lemma's in wording, om zo de bewijzen tot kleinere stukken te breken en al te dichter te komen tot de Axioma's. Op deze dag was het dat de Deca tot hem kwam en zijn Lemma's over de wereld verspreidde en verstopte, zodat hun magische en mysterieuze krachten nog grotendeels verborgen zouden blijven. Ook strafte Hij hem zo, dat hij tweehonderd jaar lang zou moeten ploeteren en lijden door beheerder en werkslaaf te zijn van het vak Statistiek. De Deca toonde hier zijn medelijden, ook al lijkt deze straf gruwelijk en ondraaglijk, aangezien Zijn wijse handen Uiler vingen in zijn val en zijn werk onvoltooid zou blijven, en de Axioma's nog ver buiten het zicht zouden blijven. Na tweehonderd jaar onmenselijke kwelling was Uiler gehuld in berouw, en de Deca verbande hem tot een ver oord, dat hij verwijderd zou zijn van thuis en bloed...