De Ridder: verschil tussen versies
Geen bewerkingssamenvatting |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 6: | Regel 6: | ||
't Was tussen twee slokken thee dat heden helderheid voor de ridder verlichtte dat het de magere zeismeester was die zich het grootste kwaad bewees in het verhaal van Mordimaart. Zo besluit de dappere Vernietiger zijn lot en stapt z'n laarzen leder in de moerasgrond neder. Mordimaart zal het opnemen tegen dit kwaad van ouds en zijn wraak vinden daar. Zeker als het opkomen van de zon weet Mordimaart dat hij klaar is om zijn ware epos te ontvangen. Slechts één ding; de staat van z'n oorlogstuig laat een boel te wensen en zal versterking eisen eer de slag geschiedt... | 't Was tussen twee slokken thee dat heden helderheid voor de ridder verlichtte dat het de magere zeismeester was die zich het grootste kwaad bewees in het verhaal van Mordimaart. Zo besluit de dappere Vernietiger zijn lot en stapt z'n laarzen leder in de moerasgrond neder. Mordimaart zal het opnemen tegen dit kwaad van ouds en zijn wraak vinden daar. Zeker als het opkomen van de zon weet Mordimaart dat hij klaar is om zijn ware epos te ontvangen. Slechts één ding; de staat van z'n oorlogstuig laat een boel te wensen en zal versterking eisen eer de slag geschiedt... | ||
Juist. Waardig had 't zich bewezen. Z'n mechanisch' strijdpartner in tijden waar nood was hoog, doorstond sneeuw en regen. 'Droger der Haar van 't Nevelland te Kaatsheuvel, vervlochten in de vechtkunsten van Heer Tijwen met Tweerechterhand, had hem wel b'diend. | |||
Versie van 10 jan 2026 18:08
‘t was in het zachte licht van een mistige morgen dat heer Mordimaart de Vernietiger der Werelden van z’n welverdiende jasmijnthee dronk. Tevree en bedaard was hij betreffend de prestaties die nacht. Man noch vrouw zou doorstaan wat onnatuur hij doorstond, voor louter zijn kracht en ongekende moed…
Doch door de mist vruchtbaar in het wanzicht van glorie scheen een koud verlies uit de hemelen, diep door die spier die Mordimaart zo krampachtig onttoonde. Het gemis van z’n waarde vriend heer Snertiel O. Neërwaal, wiens verhouding tot Mordimaart louter kamaraadschap altijd ver overtrof. ‘t Was of hemel gelijk voelde die vorst des verdriets. Voor zij scheen kleurvloed door morgenmist mocht het de teistering ter Aarde ontsmetten...
't Was op dat moment dat misère haar vonnis uitsprak om deugeloos de geest van Mordimaart, die het tragisch begaf onder de druk van haar klaagzang, te doen kwijnen. Glorie noch welvaart was in zijn hart die morgen, voor wee 'n pek bezaten de contouren van z'n holst. Hij herinnerde zich hoe heer Snertiel en hij de dame Von Grafheuvel en de koningin van Giradel het hof maakten. In de loop van deze vertwiste tragedie (later het 'ongeval van multidimensionaal wereldverval' genaamd (waarin Mordimaart een nihil, toch geheide rol speelde...)) zijn deze hoogst geprezen en schone dames tot hun vroegtijdige eind gekomen. De rouw die volgde was grootendeels verzacht door de troost van zijn onmisbare vriend heer Snertiel O. Neërwaal. 't Was zo dat zijn huidig verdriet des te droeviger ontbloeide...
't Was tussen twee slokken thee dat heden helderheid voor de ridder verlichtte dat het de magere zeismeester was die zich het grootste kwaad bewees in het verhaal van Mordimaart. Zo besluit de dappere Vernietiger zijn lot en stapt z'n laarzen leder in de moerasgrond neder. Mordimaart zal het opnemen tegen dit kwaad van ouds en zijn wraak vinden daar. Zeker als het opkomen van de zon weet Mordimaart dat hij klaar is om zijn ware epos te ontvangen. Slechts één ding; de staat van z'n oorlogstuig laat een boel te wensen en zal versterking eisen eer de slag geschiedt...
Juist. Waardig had 't zich bewezen. Z'n mechanisch' strijdpartner in tijden waar nood was hoog, doorstond sneeuw en regen. 'Droger der Haar van 't Nevelland te Kaatsheuvel, vervlochten in de vechtkunsten van Heer Tijwen met Tweerechterhand, had hem wel b'diend.