<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Mipo</id>
	<title>De FNM-wiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Mipo"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php/Speciaal:Bijdragen/Mipo"/>
	<updated>2026-08-25T22:44:29Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.42.7</generator>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3336</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3336"/>
		<updated>2026-08-13T19:59:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo was het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten, zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier, en betucht bovenal. De nacht van Sjefs verjaring in het tiende jaar van de krekel was de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld, en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel; zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het was een onverzadigbare rijkdom, en zij hunkerden immer naar meer. Om Sjefs verjaring te vieren zou de bende tot het huis van de gouverneur afdalen, en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard, en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek, en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer, en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is, en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoe doet &#039;ie het zo?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi, en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm, en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak, als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man staat dan enkele momenten stil. De regen suist hem in zijn oren. Hij is koud. Zijn vingers klagen niet langer, maar zijn blauw en verstomd met ijs. Hij kijkt, maar ziet niks meer. Hij luistert, maar hoort niks. Hij wil spreken, roepen, schreeuwen, iets! Toch blijft hij stil. Hij was ergens anders nu, en alles leek ver weg. Hij zweeft tussen gedachtes en ideëen, flarden van iets groters, en hij voelt het, als een groot kloppend hart, ergens ver in de verte, iets allesoverstemmends. Een bekende stem klinkt helder in zijn hoofd: &amp;quot;Heb gij ontwaard, vreemde, het gesternte, zo hoog boven aan het hemelgewelf? Een kraai weet misschien van takken, maar kent hij de wortels, de stam, het schors en de bladeren? Hij vreest de gonzende donder, maar kent hij de bliksem, met kroon en tak reikend, immer reikend, die zich vertoornd over hemel en aarde en hemzelf hoger acht? De kraai zal moeten vliegen! Hoog, en ver, ver weg, naar een zomers oord gehuld in winter, ver van nest en dorre takken. En geleid is hij met onzichtbare hand, en wil onkenbaar aan elk op één na, zoals de spreeuw die danst met zijn volk en de hemel vult met reuzen en golven, en dansen zal hij. Het zal de sterren bekoren hem te zien, en de nacht vult hij met zang en vreugde, en met een vlucht vreselijker en wonderbaarlijker dan die van een duizendtal spreeuwen. Hoger en hoger en hoger zal hij gaan, en de wereld voorbij en voorbij, en de bliksem zal hem kietelen en hem jaloers zijn. Een ander zal hij vinden op zijn odyssee, of de ander zal hem vinden, en ze zullen verloren gaan. Verder spreidt het weefsel nog niet; zijn koord reigt door alle dingen, en alle dingen weven samen, en diens steken kennen fout noch wil. Vaarwel, kleine kraai! Vaarwel en houdt moed, aan de horizon gloort de ochtendgloed. Vaarwel!&amp;quot; De stem vervaagt, en verdwijnt tot niks. Hij was al die tijd alleen, maar nu lijkt hij het voor het eerst te voelen. Een stroompje vloeit langs zijn wang. Hij is gehuld in donker, maar hij ziet meer dan ooit, en alles is kalm en vredig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een blikseminslag vult de hemel voor een ogenblik met een flets licht, en donder slaat de man uit zijn droom. Hij hijgt en snakt en zijn benen begeven het onder hem. Zijn borst brand als een smeedijzer en steekt hem met elke snik. Zijn oren piepen, en stenen schrammen zijn knieën en onderbenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij schreeuwt de nacht in, zodat ieder zou mogen weten dat hij nog niet verloren is...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hemelse zweep slaat veertig keer min één, en elke slag is niets meer dan verblindend licht in verblindend duister. Na veertig min één slag staat de man op en zegt: &amp;quot;Neen! Ik laat geen licht mĳ meer de ogen verblinden. Nu en voort zal het mĳ tot gids zĳn in duister, en het zal mĳ hoeden als zĳnde de Herder.&amp;quot; Plots staakt de hemel het geweld en valt er een stilte. De man kĳkt met gebalde vuisten op naar de hemel, alsof hĳ er een gat in zou slaan, zou het het hem niet gehoorzamen. Het paar blĳft zo nog een tĳdje bedenkelĳk staren, alsof zĳ in patstelling beiden nog zoeken naar een zet. Plots gaat de man zitten, en wendt zĳn blik weg van de hemel. Of dit is uit genoegen met gelijkspel, of uit overtuiging van winst is onduidelĳk, maar dat er die avond geen bliksem meer zal slaan is een feit. Voor het eerst in zĳn leven staat de man het zĳn ogen nu toe om te wennen aan het duister, en hĳ lacht wanneer hĳ aan de horizon de ochtendgloed ziet gloren. Met een glimlach kĳkt de man om naar het kruis achter zich, en zegt: &amp;quot;Vaarwel!&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met weemoed in zĳn hart is het, dat hĳ de rustplaats van zĳn laatste vlees en bloed achterlaat. Einde is begin geworden, maar de zekerheid van een uitzichtloos leven heeft plaatsgemaakt voor twĳfel en spanning. Een reisbaal heeft hĳ zich verworven, en buiten neemt hĳ de nieuwe dag tot zich. Het is nog ochtend, en de wereld ligt hem open. Waartoe zou zĳn vlucht hem dragen? Waar ligt zĳn eerste stap? Hĳ sluit zĳn ogen en tot hem komen opnieuw die flarden van visioenen waar hĳ in heeft gebaad. Chaos en raadsels kolken voor zĳn geest, en hĳ kan er nog geen orde in scheppen, of enig patroon ontwaren. Eén ding ziet hĳ plots helder: een hut van eikenhout temidden een zonovergoten weide, maar daar staat dan een schone jonkvrouw, en de hut is reeds verdwenen achter een muur van mist. De vrouw heeft geen gezicht, maar hĳ weet dat zĳ hem aankĳkt, en dan ziet hĳ niks meer. &amp;quot;Nog meer raadsels,&amp;quot; denkt de man met aarzeling in zĳn hart. Hĳ kĳkt naar het oosten, waar de zon nog laag boven de horizon ligt. Hĳ zou nu de wagen van Helios volgen, en de gedachte vult zĳn borst met hoop en verkwikt zĳn pas, en zo is het dat hĳ over menig heuvel en langs golvende heides treedt, en als de zon verwestert houdt hĳ zĳn koers met edel gemoed. Wanneer de avond naar het oosten kruipt bevindt hĳ zich bĳ een boerendorp, en hĳ besluit onderdak te zoeken bĳ de plaatselĳke taveerne...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bĳ binnenkomst wordt hĳ nog niet met één onthaald. Hĳ wacht een poos tot er iemand komt om hem te ontvangen, maar zĳn geduld blĳft onbeloond. Na nog twee pozen en een halve besluit de reiziger te zwerven, in hoop een gastheer of gastvrouw op het lĳf te lopen. Hĳ komt in de gemeenschappelĳke ruimte van het pand, en ziet iets waar één van zĳn wenkbrouwen van opkĳkt. Tegenover de ingang staat, tussen twee pilaren, een grote schouw met een brandend haardvuur. Er moet dus iemand zĳn of zĳn geweest, ookal is daavan geen blĳk. De man besluit de hogere etages te verkennen. Hĳ bestĳgt de trap en ziet gelĳk vier deuren. Drie staan open, en lĳken de gast te verwelkomen in niet meer dan propere kamers. De vierde schĳnt hem dubieuzer voor. Wanneer drie keer kloppen geen antwoord oplevert opent hĳ de deur, maar ziet tot zĳn verbazing dat deze identiek is aan de verwanten. Even kĳkt hĳ daar rond de kamer, omdat deze toch een zekere bevalligheid bezit, maar dan ziet de man iets waardoor hĳ plots door heeft dat hĳ zich in een touw verstrikt wat niet voor hem is uitgelegd...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een onzichtbare hand klapt plots de deur achter hem dicht, en nog voordat hĳ zich draaien kan, voelt hĳ een stomp in zĳn rug. Hĳ stuimelt, maar vangt op het laatste moment de vensterbank aan de andere kant van de kamer en herstelt zĳn balans. Links van hem slaan de deuren van een kledingkast open, en daaruit springt een man, dreigend met een mes in zĳn linkerhand. Een litteken loopt over één van zĳn blauwe ogen. Hĳ twĳfelt een kort moment, maar zet dan gelĳk de aanval in met een flinke uithaal van zĳn vlĳm. Onze ongelukkige held duikt en ontwĳkt zĳn noodlot, om vervolgens met een sprong zĳn belager om zĳn leest te grĳpen en samen ter aarde te storten. De vĳand stoot zĳn hoofd aan de muur en slaakt een vreemd woord in zĳn pĳn. De man geeft hiertoe geen acht, maar wrikt het wapen uit diens ruwe hand en gooit het onder het meubilair. Hĳ kĳkt nu naar links en ziet een vrouw, de dader die haar zool op hem had geprent; verbazing en frustratie kleurt haar ogen, maar ze verlaat reeds haar post en snelt naar hem toe met knarsende tanden en een grom in haar stem. Hĳ springt op en houdt zich met geheven armen staande. Ze haalt uit met haar vuist, maar hĳ blokkeert en tracht haar in haar nek te raken; nog voordat hĳ kan aanvallen roept hĳ uit in pĳn om een knie die zich in zĳn maag begraaft. Hĳ stapt naar achter en vouwt zĳn handen over zĳn buik, maar vat snel weer moed en raakt de vrouw op haar kin. Ze deelden elkaar nog een paar klappen uit, maar dan voelt hĳ een sterke arm om zĳn nek grĳpen en wordt een baal over zĳn hoofd gesnoerd, waarbĳ hĳ ook nog op de grond wordt geduwd. Zĳn neus bloedt, en vermoeidheid en pĳn komen als golven over zĳn lichaam...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zĳn armen en benen worden geketend terwĳl zĳn hoofd nog stevig in de houten vloer wordt gedrukt. Wanneer alles goed vastgebonden is wordt de man overeind gebracht en in een stoel geplaatst. &amp;quot;Wie zĳt ge en wat doe ge hier?&amp;quot; klinkt een hoge stem. &amp;quot;Ik ben maar een zwerver; ik breng geen kwade bedoeling. Ik zou het graag zweren, als je me maar verteld waarop ik zweren moet,&amp;quot; antwoordt de man. &amp;quot;Heeft een zwerver geen naam?&amp;quot; vraagt een lagere stem. Angstig geeft de man zĳn naam, naïef hopend dat hĳ zĳn vrĳheid ervoor terug zou krĳgen. &amp;quot;Ik zal u vertellen waarom ik u niet geloof heer zwerver,&amp;quot; spreekt de diepere stem, &amp;quot;Zie, Em en ik ontvangen elke week een vreemde of twee in de taveerne, en ze komen allemaal voor dezelfde beloofde schat. Niemand komt in deze godvergeten hoven als hun hart geen onverzadigbaar gat voor rĳkdom probeert te vullen. Maar weinigen hebben het lef om zichzelf binnen te laten en het zonder vraag te nemen. Ik vraag het dus nog één keer, en ik raad aan om de waarheid te delen...&amp;quot;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3335</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3335"/>
		<updated>2026-08-13T07:47:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht, en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit; midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden, sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel, en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde, en terug snelde richting het Meer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het mocht niet baten. Alvorens Thea zich drie vadems had bewogen, ontkiemde voor haar een heuse kasteelmuur, gevlochten uit stekelige rozenbosjes die haar schreden halt toeriepen, en nog voordat de kolibri zijn wiekslag had kunnen maken waren haar enkels geketend in een net van kreupelhout. Het vijandige tweetal naderde rap. Filip vatte stout sissend en grommend post tussen haar en de belagers, maar de linkerfiguur hield zijn hand voor de snoet van de trouwe metgezel en liet hem bewusteloos vallen. De rechterfiguur griste Thea&#039;s baal op brute wijze en inspecteerde zijn buit. Zijn gezicht was verhuld in een donkermetalen helm, zag Thea nu, maar ook zonder zijn ogen te kunnen ontwaren merkte Thea zijn schrik in wat hij trof. Met luid gescheur trok hij de baal bij diens zomen aan flarden, waarmee Thea&#039;s visvangst ter aarde stortte. Hij sprak vertoornd: &#039;Hoe triest, hoe triest! Een crimineel zo driest... Kent u geen wroeging, gij snode, kwade vreem&#039;ling? Gij zijt het, gij zijt het, mijn zicht bedriegt mij niet! De moordenaar, die reeds menig jaar ons overstelpt met verdriet! Het is mij nu een zeker ding, wij brengen u naar onze koning!&#039; De geharnasde figuur omgorde Thea met een bronzen koord, en het schuurde en brandde aan haar leest. De figuur met de vreemde krachten nam Filip en de vissen in zijn armen, en zo werd het paar verder geleid, terwijl de nacht zich als deken over het bos spreidde...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen zĳ recht voor de rozenstruiken stonden spraken de figuren wat in een oude taal die Thea niet kende, en heel langzaam, alsof het uitputtende moeite koste, begonnen de struiken een opening te maken in de muur. Zĳ wachtten daar een tĳdje, en toen de doorgang volgroeid was, gaven zĳ de struiken nog een twee- of drietal woorden in hun tong voordat ze de doorgang betraden. Aan de andere kant was enkel te zien wat daar voorheen ook was geweest, en Thea vroeg zich nu ongedurig af waar zĳ die nacht te slapen zou komen, als die luxe haar gegund was. Met die gedachte in het hoofd was het dat Thea haar blik wendde op het paar dat haar de weg leidde. De twee schenen haar nu griezeliger toe dan zĳ voorheen gedaan hadden. Zĳ zou haar blik graag snel weer afwenden, was het haar niet opgevallen dat één van de figuren een magere vinger de boomkronen in wees. Aleer de gedachte in haar op was gekomen keek zĳ het bladerdak in, waar de vinger had gewezen, en plots stond zĳ stĳf van schrik. Haar gezicht werd bleek, alsof zĳ een honderdtal spoken zag, en voor haar part was dat ook zo. In de bomen ver boven haar was een uitbundig netwerk van bruggen tussen platvormen gespand. Om de grootste van de bomen, waarvan Thea dacht dat die de koning zou zĳn geweest, was een toren gebouwd waarvoor Thea&#039;s hut een berghok moest zĳn geweest...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vele trappen klom het gezelschap omhoog. Hun wegen hingen aan touwen die een net spanden tussen de Koningsboom en al die paden en gebouwen die deze omgordden, alsof een gigantische spin een web had gewoven met touw en hout. In dat web zat Thea nu gevangen, en met elke trede voelde zĳ de angst in haar borst groter worden, en ze peinsde over wat haar lot zou zĳn nu deze in de handen lag van deze vreemdelingen die haar met zulke smart in onbehaaglĳk ontvangst hadden genomen. Het feit dat zulke wezens een samenleving hadden opgetuigt zonder dat Thea het ooit heeft mogen merken gaf haar hoofdbrekens, maar ze stopte deze gedachtes weg, aangezien deze haar niet tot hulp zouden zĳn. Ze merkte na een lange tocht dat ze de kruin van het collosale natuurwerk naderde, en door het bladerdek gloeide het purperen hemelgewelf en maakte af en toe een schuwe ster zich kenbaar, om dan weer verborgen te geraken. Ze stopten bĳ het tegemoetkomen van twee deuren met aan elke kant een duistere wachter. De deuren reikten hoog boven Thea, en ze voelde zich bĳzonder klein en buiten haar element. Nadat er zonder te spreken signalen doorgegeven leken te worden, openden de deuren zwaar kreunend voor haar en werd ze naar binnen geleid. Ze bevond zich nu in een grote hal die bladeren was gehuld, en ze zag boven haar de laatste reikende uiteinden van de gigant die haar overeind hield. Voor haar stond een troon alsof deze zich van nature uit de boom had gegroeid, met ruw hout dat opnieuw en opnieuw over zichzelf heen vouwde, met hier en daar sprietjes bladeren die uit het geheel staken. De troon zetelde een figuur, waarvoor Thea zich een man voorstelde, maar het donker maakte haar zicht onzeker. De deuren, nu achter haar, sloten met een knal, waardoor Thea&#039;s al gespannen hart een sprongetje maakte. Voor het eerst sinds haar gevangennemen verbrak nu de figuur die haar had begeleid zĳn stilte: &#039;Uwe majesteit, hooggeëerd, hoop&#039;lĳk neemt u &#039;t niet verkeerd, deze kleine kwestie op dit late uur; ik beloof u, het heeft geen lange duur! Wĳ kwamen tot een crimineel, met in haar zak een hels toneel: onze kameraden veroordeeld tot rot! Hoe spreekt u nu over haar lot?&#039; Er viel stilte over de zaal. Na enkele momenten sprak de getroonde:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Op het laatste kwartier van deze maan zal er afsnoering zĳn. Voer dit scharminkel tot zĳ omvangrĳk is, en gooi het dan voor het kroost. Gegroet.&amp;quot; Met dit ontslag verlieten de wachters de zaal weer, en trokken hun gĳzelaar baldadig achter zich aan. Het nog altĳd geheimzinnige paar vloog behendig over de boompaden, Thea over het hout slepend. Het arme mens moest aan Filip denken. Als de boomgriezels haar al geen menselĳkheid toekenden zouden enkel haar nachtmerries zeggen kunnen wat de jonge kater te wachten stond. Ook vreesde zĳ wat voor duistere contreien haar tot bestemming zouden zĳn. Alsof de kennis van haar lot de zegel zou breken draaide zĳ moeizaam haar nek om te zien waar haar ontvoerders haar brachten. Voor een fractie van een tel zag zĳ een sterke tak groot in haar gezichtsveld, en daarna werd alles donker...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thea ontwaakte in koud zweet. Haar lĳf kermde in elke taal die het kende, maar zolang haar ogen gesloten bleven kon ze haar lotsbestemming loochenen alsof Vrouw Trui haar had bezocht. Met onmenselĳke inspanning verhief ze haar oogleden en ontwaarde de nacht, en de gelukkige gedachte was voorgoed gesmoord. Of het dezelfde nacht was waar zĳ zulk ongeluk trof was haar niet bekend, maar de maan had zich al schaars gemaakt, waarmee de wereld in huiveringwekkende duisternis was gedompeld. Zĳ trachtte te staan, maar vond haar handen geboeid met eenzelfde koord dat haar middel had geschroeid, en zonder te kunnen steunen viel Thea hulpeloos om, om dan vernederd met haar gezicht op de vloer te liggen. Voor haar was een tralies als dat van een vogelkooi, en met haar val merkte ze het licht wiegen van haar cel. Ze luisterde, en in het donkere bos rond haar heersten vele nachtgeluiden, als schimmen die fluisterend smede plannen snoden. Daarnaast hoorde ze een zacht getik, als tegen glas, en met moeite draaide ze zich in een poging de bron ervan te bespeuren...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zĳ zag nu dat haar cel één van vele was, gebouwd in bomen om een laar. De bomen vormden samen een menagerie die de grimmige vlakte omheinde. Van dit aanzicht gruwelde Thea, en haar benen werden er zwak van. Ze dacht weer aan Filip. Zou hĳ ook in een van deze kwade cellen behuisd zĳn? Toen plots snapte zĳ waar het getik vandaan kon zĳn gekomen. Het was weldegelĳk glas dat haar van haar vrĳheid scheidde, en in het gras voor haar stond een gestalte die haar gezichtsveld eerder was ontglopen. De figuur was niet heel anders dan zĳ, alleen groter, en het scheen Thea toe dat de gestalte haar had willen wekken om haar te kunnen aanschouwen. Toen dat gelukt was bood Thea spoedig geen vermaak meer, en keerde de bezoeker zich van haar af. Thea voelde de wanhoop zwaarder op haar wegen dan het gedaan had, en haar heldere gedachten verpletterden onder het gewicht. Waanzinnig begon zĳ haar handen om beurten tegen het glas te bonzen, wenend, alsof iemand haar dan zou komen redden...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een eeuwigheid leek voorbĳ te gaan, en toen de morgenstond eenmaal was aangebroken lag Thea uitgeput in haar cel. Bĳ de wanden was de vloer bedekt met een dun laagje van eeneigenaardig brouwsel. Het kleurde paars, rook zoet en prikte de huid en bubbelde zachtjes. Thea vroeg zich af wat voor duivelscapriolen die boslingen met haar uithaalden, maar tegelĳkertĳd lonkte de vloeistof haar droge lippen. Al vele uren was Thea geen maal gegund, en in haar vermoeide en wanhopige staat nam ze een slok om haar helse dorst te lessen. Het brouwel was mierzoet, en ze had het bĳna uitgespuugd met hoe het haar tong belaagde, maar na een paar slokken voelde Thea de energie terugkeren naar haar lichaam. Nu zou ze die energie moeten inzetten tot ontsnapping, maar ze moest nog uitvogelen hoe...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Alsof de drank haar had ontwaakt uit een halfdroom voelde Thea zich nuchterder dan eerst. Haar gedachten waren helder, waar ze eerder door een zekere mist waren bedekt. Ze herinnerde zich de woorden die van de troon van dit vreemde volk waren gekomen: &amp;quot;Op het laatste kwartier van de maan zal er afsnoering zĳn.&amp;quot; De betekenis was haar niet duidelĳk, maar de boodschap was glashelder. Er scheen vannacht een nieuwe maan in haar cel, dus ze had nog een paar weken om van dit kwade oord te ontsnappen. Ook was al verklapt dat iemand haar eten zou komen brengen, hetgeen in haar ogen de beste, als niet de enige kans zou zĳn om haar vlucht te maken. Maar ze zou geduldig moeten zĳn...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Overleg:Over_een_Walvis&amp;diff=3334</id>
		<title>Overleg:Over een Walvis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Overleg:Over_een_Walvis&amp;diff=3334"/>
		<updated>2026-08-12T21:29:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Gebaseerd op een droom die ik had&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Gebaseerd op een droom die ik had&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Over_een_Walvis&amp;diff=3333</id>
		<title>Over een Walvis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Over_een_Walvis&amp;diff=3333"/>
		<updated>2026-08-12T21:28:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Aleer enig mens over aarde liep, aleer Zon in de hemel scheen, was er de Walvis. Niks was er wat de Walvis bezat, en er was voor Haar geen begeerte. Toen kwam op een dag de haai tot Haar. De haai was klein en teer, nog geen sneeuwvlok in de toendra van Haar grootsheid. Toch was zĳn hart groot en vol avontuurlĳk oogmerk. Hĳ benaderde Haar alsof zĳn nietigheis in Haar majesteit loos was, en hĳ daagde Haar uit. De Walvis kon het niet onzinniger zĳn en ont…&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;Aleer enig mens over aarde liep, aleer Zon in de hemel scheen, was er de Walvis. Niks was er wat de Walvis bezat, en er was voor Haar geen begeerte. Toen kwam op een dag de haai tot Haar. De haai was klein en teer, nog geen sneeuwvlok in de toendra van Haar grootsheid. Toch was zĳn hart groot en vol avontuurlĳk oogmerk. Hĳ benaderde Haar alsof zĳn nietigheis in Haar majesteit loos was, en hĳ daagde Haar uit. De Walvis kon het niet onzinniger zĳn en ontdeed hem in één klap.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Eén dag later weerkeerde de haai, en zĳn verlies was hem niet zonder waarde geweest. Hĳ was groter in postuur, en meer gevorderd in kunnen. Opnieuw daagde hĳ de Walvis uit, maar nog eens overwon Ze zonder moeite. Een tĳd ging dit zo door. Elke dag vond een duel plaats, en elke dag groeide de haai van zĳn verlies. Talloze dagen waren verstreken sinds de eerste ontmoeting, en de Haai was nu van achtenswaardige omvang. Hĳ benaderde de Walvis en daagde Haar uit. Er volgde een duel tussen gelĳken, een storm door de toendra en de woestĳn, en aan het einde belaagde het zand de sneeuw. De Walvis sprak: &amp;quot;Je hebt me overmeesterd, beste Haai, en ik geloof dat wĳ elkaar waardig zĳn geweest. Ik zal voor Je een wereld maken; ik zal een wereld maken om te zwemmen, om te lopen, en om te vliegen; en die wereld zal het Jouwe zĳn om in te leven.&amp;quot;&#039;&#039;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Coolste_woorden&amp;diff=3329</id>
		<title>Coolste woorden</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Coolste_woorden&amp;diff=3329"/>
		<updated>2026-08-12T09:34:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Coolste Engelse woorden ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Syzygy&lt;br /&gt;
|A roughly straight line configuration between three or more celestial bodies in a single gravitational system.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Liminal&lt;br /&gt;
|Eerie, forlorn and often surreal.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Forlorn&lt;br /&gt;
|Eerie, liminal and often surreal.&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Coolste Nederlandse woorden ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Defenestratie&lt;br /&gt;
|Het uit het raam werpen van iets of iemand.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Bedaren&lt;br /&gt;
|Kalm en rustig laten worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Piemel&lt;br /&gt;
|Mannelijk geslachtsorgaan.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Fermentatie&lt;br /&gt;
|Organisch verwerkingsproces.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Teringhoer&lt;br /&gt;
|Een met SOA besmette vrouw van de nacht.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Padstelling&lt;br /&gt;
|Een seksuele positie waar de benen wijd gespreid zijn.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Patstelling&lt;br /&gt;
|Een gelijke stand waar geen partij overmacht heeft.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Pallindroom&lt;br /&gt;
|Een woord of zin dat achterstevoren hetzelfde woord of dezelfde zin oplevert.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Palingdroom&lt;br /&gt;
|De vrouwelijke tegenhanger van de natte droom.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Hoofddeksel&lt;br /&gt;
|Deksel voor op je hoofd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Subliminaal&lt;br /&gt;
|Onderbewust(e lust).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Subluminaal&lt;br /&gt;
|Onderbelicht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Haverklap&lt;br /&gt;
|?.&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Queeste&lt;br /&gt;
|Avonturiersreis uit de ridderverhalen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Marginaal (mαrxinal)&lt;br /&gt;
|Rand van de samenleving (in België)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Marxinaal&lt;br /&gt;
|De aaneensluiting van de term voor sodomie met Karl Marx&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Stamppot&lt;br /&gt;
|Homogene verdeling van aardappel met andere groenten&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Stampot&lt;br /&gt;
|Lesbiënne die van Viennetta houdt&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Poliepgaard&lt;br /&gt;
|Kwallenbos&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Gefnuikt&lt;br /&gt;
|Verstoppeld&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Coolste Latijnse woorden en uitdrukkingen ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord/uitspraak&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Flatus vocis&amp;lt;ref&amp;gt;[[Lege opmerking]]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Merum nomen, verbum vel sonus sine realitate obiectiva respondente.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Natus vincere&lt;br /&gt;
|Natus ad vincendum&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Referenties ==&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Coolste_woorden&amp;diff=3328</id>
		<title>Coolste woorden</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Coolste_woorden&amp;diff=3328"/>
		<updated>2026-08-12T09:33:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Coolste Engelse woorden ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Syzygy&lt;br /&gt;
|A roughly straight line configuration between three or more celestial bodies in a single gravitational system.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Liminal&lt;br /&gt;
|Eerie, forlorn and often surreal.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Forlorn&lt;br /&gt;
|Eerie, liminal and often surreal.&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Coolste Nederlandse woorden ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Defenestratie&lt;br /&gt;
|Het uit het raam werpen van iets of iemand.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Bedaren&lt;br /&gt;
|Kalm en rustig laten worden.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Piemel&lt;br /&gt;
|Mannelijk geslachtsorgaan.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Fermentatie&lt;br /&gt;
|Organisch verwerkingsproces.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Teringhoer&lt;br /&gt;
|Een met SOA besmette vrouw van de nacht.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Padstelling&lt;br /&gt;
|Een seksuele positie waar de benen wijd gespreid zijn.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Patstelling&lt;br /&gt;
|Een gelijke stand waar geen partij overmacht heeft.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Pallindroom&lt;br /&gt;
|Een woord of zin dat achterstevoren hetzelfde woord of dezelfde zin oplevert.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Palingdroom&lt;br /&gt;
|De vrouwelijke tegenhanger van de natte droom.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Hoofddeksel&lt;br /&gt;
|Deksel voor op je hoofd.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Subliminaal&lt;br /&gt;
|Onderbewust(e lust).&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Subluminaal&lt;br /&gt;
|Onderbelicht&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Haverklap&lt;br /&gt;
|?.&amp;quot;&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Queeste&lt;br /&gt;
|Avonturiersreis uit de ridderverhalen&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Marginaal (mαrxinal)&lt;br /&gt;
|Rand van de samenleving (in België)&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Marxinaal&lt;br /&gt;
|De aaneensluiting van de term voor sodomie met Karl Marx&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Stamppot&lt;br /&gt;
|Homogene verdeling van aardappel met andere groenten&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Stampot&lt;br /&gt;
|Lesbiënne die van Viennetta houdt&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Poliepgaard&lt;br /&gt;
|Kwallenbos&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Gefnuikt&lt;br /&gt;
|Verstoppeld&lt;br /&gt;
|}&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Coolste Latijnse woorden en uitdrukkingen ==&lt;br /&gt;
{| class=&amp;quot;wikitable&amp;quot;&lt;br /&gt;
|+&lt;br /&gt;
!Woord/uitspraak&lt;br /&gt;
!Betekenis&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Flatus vocis&amp;lt;ref&amp;gt;[[Lege opmerking]]&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
|Merum nomen, verbum vel sonus sine realitate obiectiva respondente.&lt;br /&gt;
|-&lt;br /&gt;
|Natus vincere&lt;br /&gt;
|Natus ad vincendum&lt;br /&gt;
|}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Lege_opmerking&amp;diff=3327</id>
		<title>Lege opmerking</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Lege_opmerking&amp;diff=3327"/>
		<updated>2026-08-12T09:33:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Een &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;lege opmerking&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; is een uitspraak die geen zinvolle betekenis draagt, en daarmee net zo goed, als niet beter, niet uitgesproken had kunnen worden. Voor een lege opmerking &amp;lt;math&amp;gt;x&amp;lt;/math&amp;gt; geldt &amp;lt;math&amp;gt;x \in \empty&amp;lt;/math&amp;gt;. De lege opmerking staat ookwel bekend als &amp;#039;&amp;#039;flatus vocis.&amp;#039;&amp;#039;  == Voorbeelden == Het bekendste voorbeeld van een lege opmerking is &amp;#039;&amp;#039;six seven&amp;#039;&amp;#039;, maar iets als &amp;#039;&amp;#039;het is wat het is&amp;#039;&amp;#039; zou ook onder de definitie vallen. Ook kan een lege uitsp…&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Een &#039;&#039;&#039;lege opmerking&#039;&#039;&#039; is een uitspraak die geen zinvolle betekenis draagt, en daarmee net zo goed, als niet beter, niet uitgesproken had kunnen worden. Voor een lege opmerking &amp;lt;math&amp;gt;x&amp;lt;/math&amp;gt; geldt &amp;lt;math&amp;gt;x \in \empty&amp;lt;/math&amp;gt;. De lege opmerking staat ookwel bekend als &#039;&#039;flatus vocis.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Voorbeelden ==&lt;br /&gt;
Het bekendste voorbeeld van een lege opmerking is &#039;&#039;six seven&#039;&#039;, maar iets als &#039;&#039;het is wat het is&#039;&#039; zou ook onder de definitie vallen. Ook kan een lege uitspraak vragend zĳn. Denk dan &#039;&#039;bĳvoorbeeld aan ben jij bekend met de omgeving hier?&#039;&#039; 100% van de gesprekken die beginnen met deze zin zĳn net zo goed af als ze waren begonnen met: &#039;&#039;Weet jij toevallig waar ik ... kan vinden?&#039;&#039;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Dochter&amp;diff=3313</id>
		<title>De Dochter</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Dochter&amp;diff=3313"/>
		<updated>2026-08-04T07:35:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Vroeger was lachen al wat jĳ kon&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;en alle dagen scheen de zon&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;maar laatste weken heeft gebleken&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;dat de morgen niet meer komt.&amp;#039;&amp;#039;   &amp;#039;&amp;#039;Je eet je bord opeens niet leeg&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;en je gezicht wordt dun en bleek&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;en pappa ziet dat jij verdriet&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;met een neppe lach vermomt.&amp;#039;&amp;#039;   &amp;#039;&amp;#039;Ik wil dat je weet dat het me spĳt&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;dat ik stierf mijn kleine meid&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;en dat ik droom van dagen vroom&amp;#039;&amp;#039;  &amp;#039;&amp;#039;waarop die mooie zon weer schĳnt.&amp;#039;&amp;#039; Categorie:Poëzie&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&#039;&#039;Vroeger was lachen al wat jĳ kon&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;en alle dagen scheen de zon&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar laatste weken heeft gebleken&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dat de morgen niet meer komt.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Je eet je bord opeens niet leeg&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;en je gezicht wordt dun en bleek&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;en pappa ziet dat jij verdriet&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;met een neppe lach vermomt.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Ik wil dat je weet dat het me spĳt&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dat ik stierf mijn kleine meid&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;en dat ik droom van dagen vroom&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;waarop die mooie zon weer schĳnt.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
[[Categorie:Poëzie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Moments_Inspir%C3%A9s_Encore&amp;diff=3312</id>
		<title>Moments Inspirés Encore</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Moments_Inspir%C3%A9s_Encore&amp;diff=3312"/>
		<updated>2026-08-04T07:33:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Wegens inspiratie in overvloed hebben [[Les Brilliants]] een tweede [[Dichtbundels|dichtbundel]] geïnitieerd met werken die niet te vinden zijn in het [[Verhalen en Gedichten uit de FnM-wiki|Boek]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Terror Ter Terra]]&lt;br /&gt;
* [[Zegen onder het Zand]]&lt;br /&gt;
* [[Koffiespraak]]&lt;br /&gt;
* [[Nachtwaak]]&lt;br /&gt;
* [[Waarde]]&lt;br /&gt;
* [[Te weten]]&lt;br /&gt;
* [[Winternacht en Occasionalisme]]&lt;br /&gt;
* [[De Donkre Dag]]&lt;br /&gt;
* [[Guur Winterland]]&lt;br /&gt;
* [[Poëzie]]&lt;br /&gt;
* [[Moe]]&lt;br /&gt;
* [[Ratio]]&lt;br /&gt;
* [[Weg]]&lt;br /&gt;
* [[Er was eens een Roos]]&lt;br /&gt;
* [[Cyfer]]&lt;br /&gt;
* [[Cijpher]]&lt;br /&gt;
* [[Zwerver]]&lt;br /&gt;
* [[Duistere Danser]]&lt;br /&gt;
* [[Heen]]&lt;br /&gt;
* [[Rust]]&lt;br /&gt;
* [[Nachtwaan]]&lt;br /&gt;
* [[Honda]]&lt;br /&gt;
* [[De Dochter]]&lt;br /&gt;
[[Categorie:Poëzie]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Overleg:Nachtwaan&amp;diff=3311</id>
		<title>Overleg:Nachtwaan</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Overleg:Nachtwaan&amp;diff=3311"/>
		<updated>2026-08-02T21:28:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;More than enough to make a grown man cry&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;More than enough to make a grown man cry&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Alfabet&amp;diff=3269</id>
		<title>Alfabet</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Alfabet&amp;diff=3269"/>
		<updated>2026-07-14T10:59:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;abcdefghijklmnopqrstuvwxĳz&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
ABCDEFGHIJKLMNOPYRSTUVWXĲZ&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Alfabet 2 ==&lt;br /&gt;
oaueihgkjrzsdtnlvfbpmwĳ&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
OAUEIHGKJRZSDTNLYFBPMWĲ&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Geschiedenis ===&lt;br /&gt;
Toen een Nederlandse taalexpert zich in juli 2026 herinnerde dat vrĳe wil bestaat, besloot hĳ een vervolg op het alfabet te ontwikkelen. Verwar deze creatie niet met een herrealisatie van het origineel, het gaat specifiek over een vervolg. Hier volgen sommige van de benamingen die het vandaag de dag nog kent: &#039;&#039;Alfabet 2, Alfabet 2.0, Alfabet Vol. 2, De terugkeer van het alfabet, Alfabet Uprising, Alfabet Forever, Alfabet Encore&#039;&#039; en &#039;&#039;Omikronbet,&#039;&#039; &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Ontwikkeling ===&lt;br /&gt;
Alfabet 2 begint met de klinkers, lexicografisch geordend in tweede en eerste formant. Volgend zĳn de medeklinkers, voornamelĳk geordend in ligging van de tong, met voorrang voor fricativen op plosieven, en plosieven op nasalen, en stemhebbendheid op stemloosheid. Verdere keuzes zĳn gemaakt op basis van wat de maker omschreef als &#039;vibes&#039;. Alfabet 2 mist uiteraard de letters die de maker omschreef als &#039;zwakbegaafd&#039;, zĳnde de c, q, x, en y. Deze dragen niet genoeg zinnigs bĳ aan taal om een plek te verdienen in het alfabet. Merk op dat ĳ wel genoemd is (helemaal achteraan omdat het een diftong is). Dit is omdat ĳ cool is.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3267</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3267"/>
		<updated>2026-07-10T08:48:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht, en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit; midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden, sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel, en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde, en terug snelde richting het Meer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het mocht niet baten. Alvorens Thea zich drie vadems had bewogen, ontkiemde voor haar een heuse kasteelmuur, gevlochten uit stekelige rozenbosjes die haar schreden halt toeriepen, en nog voordat de kolibri zijn wiekslag had kunnen maken waren haar enkels geketend in een net van kreupelhout. Het vijandige tweetal naderde rap. Filip vatte stout sissend en grommend post tussen haar en de belagers, maar de linkerfiguur hield zijn hand voor de snoet van de trouwe metgezel en liet hem bewusteloos vallen. De rechterfiguur griste Thea&#039;s baal op brute wijze en inspecteerde zijn buit. Zijn gezicht was verhuld in een donkermetalen helm, zag Thea nu, maar ook zonder zijn ogen te kunnen ontwaren merkte Thea zijn schrik in wat hij trof. Met luid gescheur trok hij de baal bij diens zomen aan flarden, waarmee Thea&#039;s visvangst ter aarde stortte. Hij sprak vertoornd: &#039;Hoe triest, hoe triest! Een crimineel zo driest... Kent u geen wroeging, gij snode, kwade vreem&#039;ling? Gij zijt het, gij zijt het, mijn zicht bedriegt mij niet! De moordenaar, die reeds menig jaar ons overstelpt met verdriet! Het is mij nu een zeker ding, wij brengen u naar onze koning!&#039; De geharnasde figuur omgorde Thea met een bronzen koord, en het schuurde en brandde aan haar leest. De figuur met de vreemde krachten nam Filip en de vissen in zijn armen, en zo werd het paar verder geleid, terwijl de nacht zich als deken over het bos spreidde...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen zĳ recht voor de rozenstruiken stonden spraken de figuren wat in een oude taal die Thea niet kende, en heel langzaam, alsof het uitputtende moeite koste, begonnen de struiken een opening te maken in de muur. Zĳ wachtten daar een tĳdje, en toen de doorgang volgroeid was, gaven zĳ de struiken nog een twee- of drietal woorden in hun tong voordat ze de doorgang betraden. Aan de andere kant was enkel te zien wat daar voorheen ook was geweest, en Thea vroeg zich nu ongedurig af waar zĳ die nacht te slapen zou komen, als die luxe haar gegund was. Met die gedachte in het hoofd was het dat Thea haar blik wendde op het paar dat haar de weg leidde. De twee schenen haar nu griezeliger toe dan zĳ voorheen gedaan hadden. Zĳ zou haar blik graag snel weer afwenden, was het haar niet opgevallen dat één van de figuren een magere vinger de boomkronen in wees. Aleer de gedachte in haar op was gekomen keek zĳ het bladerdak in, waar de vinger had gewezen, en plots stond zĳ stĳf van schrik. Haar gezicht werd bleek, alsof zĳ een honderdtal spoken zag, en voor haar part was dat ook zo. In de bomen ver boven haar was een uitbundig netwerk van bruggen tussen platvormen gespand. Om de grootste van de bomen, waarvan Thea dacht dat die de koning zou zĳn geweest, was een toren gebouwd waarvoor Thea&#039;s hut een berghok moest zĳn geweest...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vele trappen klom het gezelschap omhoog. Hun wegen hingen aan touwen die een net spanden tussen de Koningsboom en al die paden en gebouwen die deze omgordden, alsof een gigantische spin een web had gewoven met touw en hout. In dat web zat Thea nu gevangen, en met elke trede voelde zĳ de angst in haar borst groter worden, en ze peinsde over wat haar lot zou zĳn nu deze in de handen lag van deze vreemdelingen die haar met zulke smart in onbehaaglĳk ontvangst hadden genomen. Het feit dat zulke wezens een samenleving hadden opgetuigt zonder dat Thea het ooit heeft mogen merken gaf haar hoofdbrekens, maar ze stopte deze gedachtes weg, aangezien deze haar niet tot hulp zouden zĳn. Ze merkte na een lange tocht dat ze de kruin van het collosale natuurwerk naderde, en door het bladerdek gloeide het purperen hemelgewelf en maakte af en toe een schuwe ster zich kenbaar, om dan weer verborgen te geraken. Ze stopten bĳ het tegemoetkomen van twee deuren met aan elke kant een duistere wachter. De deuren reikten hoog boven Thea, en ze voelde zich bĳzonder klein en buiten haar element. Nadat er zonder te spreken signalen doorgegeven leken te worden, openden de deuren zwaar kreunend voor haar en werd ze naar binnen geleid. Ze bevond zich nu in een grote hal die bladeren was gehuld, en ze zag boven haar de laatste reikende uiteinden van de gigant die haar overeind hield. Voor haar stond een troon alsof deze zich van nature uit de boom had gegroeid, met ruw hout dat opnieuw en opnieuw over zichzelf heen vouwde, met hier en daar sprietjes bladeren die uit het geheel staken. De troon zetelde een figuur, waarvoor Thea zich een man voorstelde, maar het donker maakte haar zicht onzeker. De deuren, nu achter haar, sloten met een knal, waardoor Thea&#039;s al gespannen hart een sprongetje maakte. Voor het eerst sinds haar gevangennemen verbrak nu de figuur die haar had begeleid zĳn stilte: &#039;Uwe majesteit, hooggeëerd, hoop&#039;lĳk neemt u &#039;t niet verkeerd, deze kleine kwestie op dit late uur; ik beloof u, het heeft geen lange duur! Wĳ kwamen tot een crimineel, met in haar zak een hels toneel: onze kameraden veroordeeld tot rot! Hoe spreekt u nu over haar lot?&#039; Er viel stilte over de zaal. Na enkele momenten sprak de getroonde:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Op het laatste kwartier van deze maan zal er afsnoering zĳn. Voer dit scharminkel tot zĳ omvangrĳk is, en gooi het dan voor het kroost. Gegroet.&amp;quot; Met dit ontslag verlieten de wachters de zaal weer, en trokken hun gĳzelaar baldadig achter zich aan. Het nog altĳd geheimzinnige paar vloog behendig over de boompaden, Thea over het hout slepend. Het arme mens moest aan Filip denken. Als de boomgriezels haar al geen menselĳkheid toekenden zouden enkel haar nachtmerries zeggen kunnen wat de jonge kater te wachten stond. Ook vreesde zĳ wat voor duistere contreien haar tot bestemming zouden zĳn. Alsof de kennis van haar lot de zegel zou breken draaide zĳ moeizaam haar nek om te zien waar haar ontvoerders haar brachten. Voor een fractie van een tel zag zĳ een sterke tak groot in haar gezichtsveld, en daarna werd alles donker...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Thea ontwaakte in koud zweet. Haar lĳf kermde in elke taal die het kende, maar zolang haar ogen gesloten bleven kon ze haar lotsbestemming loochenen alsof Vrouw Trui haar had bezocht. Met onmenselĳke inspanning verhief ze haar oogleden en ontwaarde de nacht, en de gelukkige gedachte was voorgoed gesmoord. Of het dezelfde nacht was waar zĳ zulk ongeluk trof was haar niet bekend, maar de maan had zich al schaars gemaakt, waarmee de wereld in huiveringwekkende duisternis was gedompeld. Zĳ trachtte te staan, maar vond haar handen geboeid met eenzelfde koord dat haar middel had geschroeid, en zonder te kunnen steunen viel Thea hulpeloos om, om dan vernederd met haar gezicht op de vloer te liggen. Voor haar was een tralies als dat van een vogelkooi, en met haar val merkte ze het licht wiegen van haar cel. Ze luisterde, en in het donkere bos rond haar heersten vele nachtgeluiden, als schimmen die fluisterend smede plannen snoden. Daarnaast hoorde ze een zacht getik, als tegen glas, en met moeite draaide ze zich in een poging de bron ervan te bespeuren...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Zĳ zag nu dat haar cel één van vele was, gebouwd in bomen om een laar. De bomen vormden samen een menagerie die de grimmige vlakte omheinde. Van dit aanzicht gruwelde Thea, en haar benen werden er zwak van. Ze dacht weer aan Filip. Zou hĳ ook in een van deze kwade cellen behuisd zĳn? Toen plots snapte zĳ waar het getik vandaan kon zĳn gekomen. Het was weldegelĳk glas dat haar van haar vrĳheid scheidde, en in het gras voor haar stond een gestalte die haar gezichtsveld eerder was ontglopen. De figuur was niet heel anders dan zĳ, alleen groter, en het scheen Thea toe dat de gestalte haar had willen wekken om haar te kunnen aanschouwen. Toen dat gelukt was bood Thea spoedig geen vermaak meer, en keerde de bezoeker zich van haar af. Thea voelde de wanhoop zwaarder op haar wegen dan het gedaan had, en haar heldere gedachten verpletterden onder het gewicht. Waanzinnig begon zĳ haar handen om beurten tegen het glas te bonzen, wenend, alsof iemand haar dan zou komen redden...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3265</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3265"/>
		<updated>2026-07-09T15:53:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo was het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten, zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier, en betucht bovenal. De nacht van Sjefs verjaring in het tiende jaar van de krekel was de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld, en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel; zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het was een onverzadigbare rijkdom, en zij hunkerden immer naar meer. Om Sjefs verjaring te vieren zou de bende tot het huis van de gouverneur afdalen, en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard, en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek, en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer, en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is, en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoe doet &#039;ie het zo?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi, en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm, en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak, als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man staat dan enkele momenten stil. De regen suist hem in zijn oren. Hij is koud. Zijn vingers klagen niet langer, maar zijn blauw en verstomd met ijs. Hij kijkt, maar ziet niks meer. Hij luistert, maar hoort niks. Hij wil spreken, roepen, schreeuwen, iets! Toch blijft hij stil. Hij was ergens anders nu, en alles leek ver weg. Hij zweeft tussen gedachtes en ideëen, flarden van iets groters, en hij voelt het, als een groot kloppend hart, ergens ver in de verte, iets allesoverstemmends. Een bekende stem klinkt helder in zijn hoofd: &amp;quot;Heb gij ontwaard, vreemde, het gesternte, zo hoog boven aan het hemelgewelf? Een kraai weet misschien van takken, maar kent hij de wortels, de stam, het schors en de bladeren? Hij vreest de gonzende donder, maar kent hij de bliksem, met kroon en tak reikend, immer reikend, die zich vertoornd over hemel en aarde en hemzelf hoger acht? De kraai zal moeten vliegen! Hoog, en ver, ver weg, naar een zomers oord gehuld in winter, ver van nest en dorre takken. En geleid is hij met onzichtbare hand, en wil onkenbaar aan elk op één na, zoals de spreeuw die danst met zijn volk en de hemel vult met reuzen en golven, en dansen zal hij. Het zal de sterren bekoren hem te zien, en de nacht vult hij met zang en vreugde, en met een vlucht vreselijker en wonderbaarlijker dan die van een duizendtal spreeuwen. Hoger en hoger en hoger zal hij gaan, en de wereld voorbij en voorbij, en de bliksem zal hem kietelen en hem jaloers zijn. Een ander zal hij vinden op zijn odyssee, of de ander zal hem vinden, en ze zullen verloren gaan. Verder spreidt het weefsel nog niet; zijn koord reigt door alle dingen, en alle dingen weven samen, en diens steken kennen fout noch wil. Vaarwel, kleine kraai! Vaarwel en houdt moed, aan de horizon gloort de ochtendgloed. Vaarwel!&amp;quot; De stem vervaagt, en verdwijnt tot niks. Hij was al die tijd alleen, maar nu lijkt hij het voor het eerst te voelen. Een stroompje vloeit langs zijn wang. Hij is gehuld in donker, maar hij ziet meer dan ooit, en alles is kalm en vredig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een blikseminslag vult de hemel voor een ogenblik met een flets licht, en donder slaat de man uit zijn droom. Hij hijgt en snakt en zijn benen begeven het onder hem. Zijn borst brand als een smeedijzer en steekt hem met elke snik. Zijn oren piepen, en stenen schrammen zijn knieën en onderbenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij schreeuwt de nacht in, zodat ieder zou mogen weten dat hij nog niet verloren is...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hemelse zweep slaat veertig keer min één, en elke slag is niets meer dan verblindend licht in verblindend duister. Na veertig min één slag staat de man op en zegt: &amp;quot;Neen! Ik laat geen licht mĳ meer de ogen verblinden. Nu en voort zal het mĳ tot gids zĳn in duister, en het zal mĳ hoeden als zĳnde de Herder.&amp;quot; Plots staakt de hemel het geweld en valt er een stilte. De man kĳkt met gebalde vuisten op naar de hemel, alsof hĳ er een gat in zou slaan, zou het het hem niet gehoorzamen. Het paar blĳft zo nog een tĳdje bedenkelĳk staren, alsof zĳ in patstelling beiden nog zoeken naar een zet. Plots gaat de man zitten, en wendt zĳn blik weg van de hemel. Of dit is uit genoegen met gelijkspel, of uit overtuiging van winst is onduidelĳk, maar dat er die avond geen bliksem meer zal slaan is een feit. Voor het eerst in zĳn leven staat de man het zĳn ogen nu toe om te wennen aan het duister, en hĳ lacht wanneer hĳ aan de horizon de ochtendgloed ziet gloren. Met een glimlach kĳkt de man om naar het kruis achter zich, en zegt: &amp;quot;Vaarwel!&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met weemoed in zĳn hart is het, dat hĳ de rustplaats van zĳn laatste vlees en bloed achterlaat. Einde is begin geworden, maar de zekerheid van een uitzichtloos leven heeft plaatsgemaakt voor twĳfel en spanning. Een reisbaal heeft hĳ zich verworven, en buiten neemt hĳ de nieuwe dag tot zich. Het is nog ochtend, en de wereld ligt hem open. Waartoe zou zĳn vlucht hem dragen? Waar ligt zĳn eerste stap? Hĳ sluit zĳn ogen en tot hem komen opnieuw die flarden van visioenen waar hĳ in heeft gebaad. Chaos en raadsels kolken voor zĳn geest, en hĳ kan er nog geen orde in scheppen, of enig patroon ontwaren. Eén ding ziet hĳ plots helder: een hut van eikenhout temidden een zonovergoten weide, maar daar staat dan een schone jonkvrouw, en de hut is reeds verdwenen achter een muur van mist. De vrouw heeft geen gezicht, maar hĳ weet dat zĳ hem aankĳkt, en dan ziet hĳ niks meer. &amp;quot;Nog meer raadsels,&amp;quot; denkt de man met aarzeling in zĳn hart. Hĳ kĳkt naar het oosten, waar de zon nog laag boven de horizon ligt. Hĳ zou nu de wagen van Helios volgen, en de gedachte vult zĳn borst met hoop en verkwikt zĳn pas, en zo is het dat hĳ over menig heuvel en langs golvende heides treedt, en als de zon verwestert houdt hĳ zĳn koers met edel gemoed. Wanneer de avond naar het oosten kruipt bevindt hĳ zich bĳ een boerendorp, en hĳ besluit onderdak te zoeken bĳ de plaatselĳke taveerne...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bĳ binnenkomst wordt hĳ nog niet met één onthaald. Hĳ wacht een poos tot er iemand komt om hem te ontvangen, maar zĳn geduld blĳft onbeloond. Na nog twee pozen en een halve besluit de reiziger te zwerven, in hoop een gastheer of gastvrouw op het lĳf te lopen. Hĳ komt in de gemeenschappelĳke ruimte van het pand, en ziet iets waar één van zĳn wenkbrouwen van opkĳkt. Tegenover de ingang staat, tussen twee pilaren, een grote schouw met een brandend haardvuur. Er moet dus iemand zĳn of zĳn geweest, ookal is daavan geen blĳk. De man besluit de hogere etages te verkennen. Hĳ bestĳgt de trap en ziet gelĳk vier deuren. Drie staan open, en lĳken de gast te verwelkomen in niet meer dan propere kamers. De vierde schĳnt hem dubieuzer voor. Wanneer drie keer kloppen geen antwoord oplevert opent hĳ de deur, maar ziet tot zĳn verbazing dat deze identiek is aan de verwanten. Even kĳkt hĳ daar rond de kamer, omdat deze toch een zekere bevalligheid bezit, maar dan ziet de man iets waardoor hĳ plots door heeft dat hĳ zich in een touw verstrikt wat niet voor hem is uitgelegd...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3264</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3264"/>
		<updated>2026-07-09T14:39:36Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo was het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten, zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier, en betucht bovenal. De nacht van Sjefs verjaring in het tiende jaar van de krekel was de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld, en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel; zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het was een onverzadigbare rijkdom, en zij hunkerden immer naar meer. Om Sjefs verjaring te vieren zou de bende tot het huis van de gouverneur afdalen, en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard, en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek, en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer, en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is, en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoe doet &#039;ie het zo?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi, en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm, en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak, als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man staat dan enkele momenten stil. De regen suist hem in zijn oren. Hij is koud. Zijn vingers klagen niet langer, maar zijn blauw en verstomd met ijs. Hij kijkt, maar ziet niks meer. Hij luistert, maar hoort niks. Hij wil spreken, roepen, schreeuwen, iets! Toch blijft hij stil. Hij was ergens anders nu, en alles leek ver weg. Hij zweeft tussen gedachtes en ideëen, flarden van iets groters, en hij voelt het, als een groot kloppend hart, ergens ver in de verte, iets allesoverstemmends. Een bekende stem klinkt helder in zijn hoofd: &amp;quot;Heb gij ontwaard, vreemde, het gesternte, zo hoog boven aan het hemelgewelf? Een kraai weet misschien van takken, maar kent hij de wortels, de stam, het schors en de bladeren? Hij vreest de gonzende donder, maar kent hij de bliksem, met kroon en tak reikend, immer reikend, die zich vertoornd over hemel en aarde en hemzelf hoger acht? De kraai zal moeten vliegen! Hoog, en ver, ver weg, naar een zomers oord gehuld in winter, ver van nest en dorre takken. En geleid is hij met onzichtbare hand, en wil onkenbaar aan elk op één na, zoals de spreeuw die danst met zijn volk en de hemel vult met reuzen en golven, en dansen zal hij. Het zal de sterren bekoren hem te zien, en de nacht vult hij met zang en vreugde, en met een vlucht vreselijker en wonderbaarlijker dan die van een duizendtal spreeuwen. Hoger en hoger en hoger zal hij gaan, en de wereld voorbij en voorbij, en de bliksem zal hem kietelen en hem jaloers zijn. Een ander zal hij vinden op zijn odyssee, of de ander zal hem vinden, en ze zullen verloren gaan. Verder spreidt het weefsel nog niet; zijn koord reigt door alle dingen, en alle dingen weven samen, en diens steken kennen fout noch wil. Vaarwel, kleine kraai! Vaarwel en houdt moed, aan de horizon gloort de ochtendgloed. Vaarwel!&amp;quot; De stem vervaagt, en verdwijnt tot niks. Hij was al die tijd alleen, maar nu lijkt hij het voor het eerst te voelen. Een stroompje vloeit langs zijn wang. Hij is gehuld in donker, maar hij ziet meer dan ooit, en alles is kalm en vredig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een blikseminslag vult de hemel voor een ogenblik met een flets licht, en donder slaat de man uit zijn droom. Hij hijgt en snakt en zijn benen begeven het onder hem. Zijn borst brand als een smeedijzer en steekt hem met elke snik. Zijn oren piepen, en stenen schrammen zijn knieën en onderbenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij schreeuwt de nacht in, zodat ieder zou mogen weten dat hij nog niet verloren is...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hemelse zweep slaat veertig keer min één, en elke slag is niets meer dan verblindend licht in verblindend duister. Na veertig min één slag staat de man op en zegt: &amp;quot;Neen! Ik laat geen licht mĳ meer de ogen verblinden. Nu en voort zal het mĳ tot gids zĳn in duister, en het zal mĳ hoeden als zĳnde de Herder.&amp;quot; Plots staakt de hemel het geweld en valt er een stilte. De man kĳkt met gebalde vuisten op naar de hemel, alsof hĳ er een gat in zou slaan, zou het het hem niet gehoorzamen. Het paar blĳft zo nog een tĳdje bedenkelĳk staren, alsof zĳ in patstelling beiden nog zoeken naar een zet. Plots gaat de man zitten, en wendt zĳn blik weg van de hemel. Of dit is uit genoegen met gelijkspel, of uit overtuiging van winst is onduidelĳk, maar dat er die avond geen bliksem meer zal slaan is een feit. Voor het eerst in zĳn leven staat de man het zĳn ogen nu toe om te wennen aan het duister, en hĳ lacht wanneer hĳ aan de horizon de ochtendgloed ziet gloren. Met een glimlach kĳkt de man om naar het kruis achter zich, en zegt: &amp;quot;Vaarwel!&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met weemoed in zĳn hart is het, dat hĳ de rustplaats van zĳn laatste vlees en bloed achterlaat. Einde is begin geworden, maar de zekerheid van een uitzichtloos leven heeft plaatsgemaakt voor twĳfel en spanning. Een reisbaal heeft hĳ zich verworven, en buiten neemt hĳ de nieuwe dag tot zich. Het is nog ochtend, en de wereld ligt hem open. Waartoe zou zĳn vlucht hem dragen? Waar ligt zĳn eerste stap? Hĳ sluit zĳn ogen en tot hem komen opnieuw die flarden van visioenen waar hĳ in heeft gebaad. Chaos en raadsels kolken voor zĳn geest, en hĳ kan er nog geen orde in scheppen, of enig patroon ontwaren. Eén ding ziet hĳ plots helder: een hut van eikenhout temidden een zonovergoten weide, maar daar staat dan een schone jonkvrouw, en de hut is reeds verdwenen achter een muur van mist. De vrouw heeft geen gezicht, maar hĳ weet dat zĳ hem aankĳkt, en dan ziet hĳ niks meer. &amp;quot;Nog meer raadsels,&amp;quot; denkt de man met aarzeling in zĳn hart. Hĳ kĳkt naar het oosten, waar de zon nog laag boven de horizon ligt. Hĳ zou nu de wagen van Helios volgen, en de gedachte vult zĳn borst met hoop en verkwikt zĳn pas, en zo is het dat hĳ over menig heuvel en langs golvende heides treedt, en als de zon verwestert houdt hĳ zĳn koers met edel gemoed. Wanneer de avond naar het oosten kruipt bevindt hĳ zich bĳ een boerendorp, en hĳ besluit onderdak te zoeken bĳ de plaatselĳke taveerne...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bĳ binnenkomst wordt hĳ nog niet met één onthaald. Hĳ wacht een poos tot er iemand komt om hem te ontvangen, maar zĳn geduld blĳft onbeloond. Na nog twee pozen en een halve besluit de reiziger te zwerven, in hoop een gastheer of gastvrouw op het lĳf te lopen. Hĳ komt in de gemeenschappelĳke ruimte van het pand, en ziet iets waar één van zĳn wenkbrouwen van opkĳkt. Tegenover de ingang staat een grote schouw tussen twee pilaren met een brandend haardvuur. Er moet dus iemand zĳn of zĳn geweest, ookal is daavan geen blĳk. De man besluit de hogere etages te verkennen. Hĳ bestĳgt te trap en ziet gelĳk vier deuren. Drie staan open, en lĳken de gast te verwelkomen in niet meer dan propere kamers. De vierde schĳnt hem dubieuzer voor. Wanneer drie keer kloppen geen antwoord oplevert opent hĳ de deur, maar ziet tot zĳn verbazing dat deze identiek is aan de verwanten. Even kĳkt hĳ daar rond de kamer, omdat deze toch een zekere bevalligheid bezit, maar dan ziet de man iets waardoor hĳ plots door heeft dat hĳ zich in een touw verstrikt wat niet voor hem is uitgelegd...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3263</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3263"/>
		<updated>2026-07-07T22:12:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht, en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit; midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden, sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel, en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde, en terug snelde richting het Meer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het mocht niet baten. Alvorens Thea zich drie vadems had bewogen, ontkiemde voor haar een heuse kasteelmuur, gevlochten uit stekelige rozenbosjes die haar schreden halt toeriepen, en nog voordat de kolibri zijn wiekslag had kunnen maken waren haar enkels geketend in een net van kreupelhout. Het vijandige tweetal naderde rap. Filip vatte stout sissend en grommend post tussen haar en de belagers, maar de linkerfiguur hield zijn hand voor de snoet van de trouwe metgezel en liet hem bewusteloos vallen. De rechterfiguur griste Thea&#039;s baal op brute wijze en inspecteerde zijn buit. Zijn gezicht was verhuld in een donkermetalen helm, zag Thea nu, maar ook zonder zijn ogen te kunnen ontwaren merkte Thea zijn schrik in wat hij trof. Met luid gescheur trok hij de baal bij diens zomen aan flarden, waarmee Thea&#039;s visvangst ter aarde stortte. Hij sprak vertoornd: &#039;Hoe triest, hoe triest! Een crimineel zo driest... Kent u geen wroeging, gij snode, kwade vreem&#039;ling? Gij zijt het, gij zijt het, mijn zicht bedriegt mij niet! De moordenaar, die reeds menig jaar ons overstelpt met verdriet! Het is mij nu een zeker ding, wij brengen u naar onze koning!&#039; De geharnasde figuur omgorde Thea met een bronzen koord, en het schuurde en brandde aan haar leest. De figuur met de vreemde krachten nam Filip en de vissen in zijn armen, en zo werd het paar verder geleid, terwijl de nacht zich als deken over het bos spreidde...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen zĳ recht voor de rozenstruiken stonden spraken de figuren wat in een oude taal die Thea niet kende, en heel langzaam, alsof het uitputtende moeite koste, begonnen de struiken een opening te maken in de muur. Zĳ wachtten daar een tĳdje, en toen de doorgang volgroeid was, gaven zĳ de struiken nog een twee- of drietal woorden in hun tong voordat ze de doorgang betraden. Aan de andere kant was enkel te zien wat daar voorheen ook was geweest, en Thea vroeg zich nu ongedurig af waar zĳ die nacht te slapen zou komen, als die luxe haar gegund was. Met die gedachte in het hoofd was het dat Thea haar blik wendde op het paar dat haar de weg leidde. De twee schenen haar nu griezeliger toe dan zĳ voorheen gedaan hadden. Zĳ zou haar blik graag snel weer afwenden, was het haar niet opgevallen dat één van de figuren een magere vinger de boomkronen in wees. Aleer de gedachte in haar op was gekomen keek zĳ het bladerdak in, waar de vinger had gewezen, en plots stond zĳ stĳf van schrik. Haar gezicht werd bleek, alsof zĳ een honderdtal spoken zag, en voor haar part was dat ook zo. In de bomen ver boven haar was een uitbundig netwerk van bruggen tussen platvormen gespand. Om de grootste van de bomen, waarvan Thea dacht dat die de koning zou zĳn geweest, was een toren gebouwd waarvoor Thea&#039;s hut een berghok moest zĳn geweest...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Vele trappen klom het gezelschap omhoog. Hun wegen hingen aan touwen die een net spanden tussen de Koningsboom en al die paden en gebouwen die deze omgordden, alsof een gigantische spin een web had gewoven met touw en hout. In dat web zat Thea nu gevangen, en met elke trede voelde zĳ de angst in haar borst groter worden, en ze peinsde over wat haar lot zou zĳn nu deze in de handen lag van deze vreemdelingen die haar met zulke smart in onbehaaglĳk ontvangst hadden genomen. Het feit dat zulke wezens een samenleving hadden opgetuigt zonder dat Thea het ooit heeft mogen merken gaf haar hoofdbrekens, maar ze stopte deze gedachtes weg, aangezien deze haar niet tot hulp zouden zĳn. Ze merkte na een lange tocht dat ze de kruin van het collosale natuurwerk naderde, en door het bladerdek gloeide het purperen hemelgewelf en maakte af en toe een schuwe ster zich kenbaar, om dan weer verborgen te geraken. Ze stopten bĳ het tegemoetkomen van twee deuren met aan elke kant een duistere wachter. De deuren reikten hoog boven Thea, en ze voelde zich bĳzonder klein en buiten haar element. Nadat er zonder te spreken signalen doorgegeven leken te worden, openden de deuren zwaar kreunend voor haar en werd ze naar binnen geleid. Ze bevond zich nu in een grote hal die bladeren was gehuld, en ze zag boven haar de laatste reikende uiteinden van de gigant die haar overeind hield. Voor haar stond een troon alsof deze zich van nature uit de boom had gegroeid, met ruw hout dat opnieuw en opnieuw over zichzelf heen vouwde, met hier en daar sprietjes bladeren die uit het geheel staken. De troon zetelde een figuur, waarvoor Thea zich een man voorstelde, maar het donker maakte haar zicht onzeker. De deuren, nu achter haar, sloten met een knal, waardoor Thea&#039;s al gespannen hart een sprongetje maakte. Voor het eerst sinds haar gevangennemen verbrak nu de figuur die haar had begeleid zĳn stilte: &#039;Uwe majesteit, hooggeëerd, hoop&#039;lĳk neemt u &#039;t niet verkeerd, deze kleine kwestie op dit late uur; ik beloof u, het heeft geen lange duur! Wĳ kwamen tot een crimineel, met in haar zak een hels toneel: onze kameraden veroordeeld tot rot! Hoe spreekt u nu over haar lot?&#039; Er viel stilte over de zaal. Na enkele momenten sprak de getroonde:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Op het laatste kwartier van deze maan zal er afsnoering zĳn. Voer dit scharminkel tot zĳ omvangrĳk is, en gooi het dan voor het kroost. Gegroet.&amp;quot; Met dit ontslag verlieten de wachters de zaal weer, en trokken hun gĳzelaar baldadig achter zich aan. Het nog altĳd geheimzinnige paar vloog behendig over de boompaden, Thea over het hout slepend. Het arme mens moest aan Filip denken. Als de boomgriezels haar al geen menselĳkheid toekenden zouden enkel haar nachtmerries zeggen kunnen wat de jonge kater te wachten stond. Ook vreesde zĳ wat voor duistere contreien haar tot bestemming zouden zĳn. Alsof de kennis van haar lot de zegel zou breken draaide zĳ moeizaam haar nek om te zien waar haar ontvoerders haar brachten. Voor een fractie van een tel zag zĳ een sterke tak groot in haar gezichtsveld, en daarna werd alles donker...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3252</id>
		<title>Records</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3252"/>
		<updated>2026-07-05T09:39:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hier zijn de categorieën van de records te vinden met hun respectievelijke scores:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;25 meter zwemmen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 19 seconden&lt;br /&gt;
# Thomas: 26 seconden&lt;br /&gt;
# [[Brother of oats|Broeder]]: 38 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen naar Maastricht:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Mipo, Pepijn, Thomas, Veerle, Zjort: 31 uur en 30 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen algemeen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Pepijn: Nijmegen Sneek (215 km) - 2 dagen&lt;br /&gt;
# Huub, Mathijs, Nils, Pepijn, Thomas, Wouter, Zjort: Rondje Nijmegen (40 km) - 3 uur&lt;br /&gt;
# David, Huub, Louise, Mipo, Naomi, Nils, Veerle, Zjort: Lola/zomervakantie (105 km) - 11 uur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelheid:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Thomas: Licht&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
# Wouter: 4&lt;br /&gt;
# Huub: 2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Twee rondjes rond Huygens:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 5 minuten en 24 seconden&lt;br /&gt;
# Bram &amp;amp; Naomi: 8 minuten en 40 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Naar Erasmus verdieping 20 en terug met de trap:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 6:40.44&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Atje Colaatje (330 mL):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 09.74&lt;br /&gt;
# Mipo: 22.37&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met DeHeL in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 112,90 wpm&lt;br /&gt;
# Nils: 112,01 wpm&amp;lt;ref&amp;gt;Met 100% accuracy :)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Mipo: 88,39 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 52,60 wpm&lt;br /&gt;
# Wouter: 42,43 wpm&lt;br /&gt;
# Naomi: 29,70 wpm&lt;br /&gt;
# Tamar: 19,37 wpm&lt;br /&gt;
# Mikki: 12,12 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 7,60 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Qwerty in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 124 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 115 wpm&lt;br /&gt;
# Marijn: 93 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 72 wpm&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Addertje in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Daan: 102,15 wpm&lt;br /&gt;
# Nils: 94,78 wpm&lt;br /&gt;
# Mipo: 90,26 wpm&lt;br /&gt;
# David: 63,84 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Karten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi: 35,01&lt;br /&gt;
# Mipo: 36,42&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Minesweeper 9x9 10 mines (zonder op nummers te drukken):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Zjort &amp;amp; Naomi: 7 seconden&lt;br /&gt;
#Nils: 9 seconden&lt;br /&gt;
#Mikki: 11.68 seconden&lt;br /&gt;
#Mipo: 14 seconden&lt;br /&gt;
#Mathijs: 18 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tetris 40 lines:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 1:29.188&lt;br /&gt;
# Mipo: 3:30.702&lt;br /&gt;
# Mikki: 4:49.793&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Nederlands:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Mipo&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Lolly plasticje eraf halen en opeten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mikki: 1:30.64&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deathsquared level 7, THE SWITCH speedrun&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils, Menno, Marcel en Mikki: 2:47&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Rubiks Kubus 3x3&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 00:34.71&lt;br /&gt;
# Tamar: 00:47&lt;br /&gt;
# Louise: 01:16&lt;br /&gt;
# Pepijn: 02:25&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Parkour&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils: 00:25,49&lt;br /&gt;
# Mikki: 00:55,43&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kaarsrecht zitten (bij Thomas)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Veerle&lt;br /&gt;
# Marijn&lt;br /&gt;
# Bram&lt;br /&gt;
# Nynke&lt;br /&gt;
# Daan&lt;br /&gt;
# Iris&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Wouter&lt;br /&gt;
# Mikki&lt;br /&gt;
# Nils&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Pull-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naut: 12 &lt;br /&gt;
# Bram: 8&lt;br /&gt;
# Wouter: 6,5&lt;br /&gt;
# Marijn: 5&lt;br /&gt;
# Huub: 4,5&lt;br /&gt;
# Tamar: 3&lt;br /&gt;
# Thomas: 2,5&lt;br /&gt;
# Jort: 2&lt;br /&gt;
# Louise: 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Push-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 32&lt;br /&gt;
# Naut: 30&lt;br /&gt;
# Bram: 20&lt;br /&gt;
# Huub: 20&lt;br /&gt;
# Thomas: 20&lt;br /&gt;
# Wouter: 12&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Mythische_fysica&amp;diff=3251</id>
		<title>Mythische fysica</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Mythische_fysica&amp;diff=3251"/>
		<updated>2026-07-05T09:05:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;De &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;mythische fysica&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; is een tak van de Natuurkunde waar het centraal staat om met minimale inspanning het universum te verklaren. Het motto van de mythische fysica is dan ook: &amp;quot;Maak het niet moeilĳker dan het is.&amp;quot; Als er een onverklaarbaar fenomeen plaatsvindt zal de gemiddelde fysicus experimenten uitvoeren om bepaalde resultaten te reconstrueren en daarmee een theorie te vormen over de werkelĳkheid; een mythisch fysicus zou zeggen: &amp;quot;Stop deze waan…&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De &#039;&#039;&#039;mythische fysica&#039;&#039;&#039; is een tak van de [[Natuurkunde]] waar het centraal staat om met minimale inspanning het universum te verklaren. Het motto van de mythische fysica is dan ook: &amp;quot;Maak het niet moeilĳker dan het is.&amp;quot; Als er een onverklaarbaar fenomeen plaatsvindt zal de gemiddelde fysicus experimenten uitvoeren om bepaalde resultaten te reconstrueren en daarmee een theorie te vormen over de werkelĳkheid; een mythisch fysicus zou zeggen: &amp;quot;Stop deze waanzin! Straks beledig je de god van de [onverklaarbaar fenomeen]!&amp;quot; De volgende opsomming geeft een paar vuistregels om te hanteren in de mythische fysica:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Snap je niet wat er aan de hand is? Dit was het werk van een god die je nog niet kende.&lt;br /&gt;
* Leveren twee vergelĳkbare experimenten verschillende resultaten op? Dit is het werk van de goden, je bent ze mogelĳk boos aan het maken.&lt;br /&gt;
* Is een fenomeen niet in overeenstemming met je theorie? Neem het humeur van de goden ook in acht in je denkproces, misschien zĳn ze boos. Anders is er waarschĳnlĳk een god waar je nog niet van af wist. (Vergt verder onderzoek)&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Natuurkunde&amp;diff=3250</id>
		<title>Natuurkunde</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Natuurkunde&amp;diff=3250"/>
		<updated>2026-07-05T08:46:08Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Takken van de natuurkunde ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[mythische fysica]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Quotes ==&lt;br /&gt;
&amp;quot;mind your own business, alleen durvenden klikken [[hier]]&amp;quot; -Albert Einstein&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;95% van alle Albert-Einstein-quotes zĳn pas bedacht na mĳn dood&amp;quot; -Albert Einstein&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Executie_van_Telefoongesprekken_in_Film&amp;diff=3239</id>
		<title>Executie van Telefoongesprekken in Film</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Executie_van_Telefoongesprekken_in_Film&amp;diff=3239"/>
		<updated>2026-07-01T15:24:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er zijn verschillende manieren om een telefoongesprek uit te voeren in film. Op deze pagina zijn verschillende executies genoemd, gevolgd door een rangschikking hiervan. Mensen zullen zeggen dat artistieke keuzes niet te rangschikken zijn, maar ze zitten er helaas naast. Er zijn absoluut foute manieren om dit aan te pakken. Op deze pagina gaan we uit van een gesprek tussen twee personen. De inhoud kan echter veelal worden doorgetrokken naar meerdere deelnemers.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Verschillende methoden ==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Beide perspectieven ===&lt;br /&gt;
Wellicht de meest voordehandliggende methode is om de standaard dialoogstructuur te behouden en beide kanten van het gesprek in beeld te laten zien. Een bekend voorbeeld hiervan is het gesprek tussen Jerry Maguire en Rod Tidwell.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Splitscreen ===&lt;br /&gt;
Splitscreen is een Engelse term wat iets als &#039;schermsplitsing&#039; betekent. &#039;&#039;Mean Girls&#039;&#039; geeft ons een bekende scene waar het scherm wordt gesplitst zodat alle partijen van het telefoongesprek tegelijkertijd te zien zijn in het beeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Twee stemmen in één perspectief ===&lt;br /&gt;
Een manier om veel vrijheid te behouden maar visuele aspecten achter te kunnen houden (om bijvoorbeeld een climactische onthulling op te bouwen) is om het beeld bij één van de partijen te houden en de stem van beide partijen hoorbaar te maken. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan in de bekende scene van &#039;&#039;Taken.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De foute manier ===&lt;br /&gt;
Soms is het aantrekkelijk om één van de partijen geheel verborgen te houden voor de kijker. Dit is bijvoorbeeld logischer als er andere personen in de ruimte aanwezig zijn die dit gesprek realistisch maar van één kant mee kunnen krijgen. Het schijnt dan verleidelijk te zijn om de ene partij alles te laten herhalen wat de ander zegt. Dat is echter heel vreemd en niemand zou dit in het echt zo doen. Doe dit dus nooit, want mensen storen zich hier aan. Een voorbeeld van zo&#039;n gesprek is hier gegeven: &amp;quot;Hallo met Troela, met wie spreek ik? Oh hallo Rik van der Piek. Hoe gaat het? Fijn dat het goed met je gaat. Wat ben je aan het doen? Je bent aan het kaarten met je opa zeg je? Leuk hoor. Zie ik je morgen weer? Ja om 9:30 is goed. Tot dan.&amp;quot; Dit is fout.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== De goede manier ===&lt;br /&gt;
Het effect dat één partij achtergehouden wordt kan ook op een goede manier bereikt worden. Als er goed na wordt gedacht over de dialoog is het namelijk niet essentieel dat elk woord bij de kijker aankomt om de belangrijke elementen van het verhaal duidelijk te kunnen maken. De reactie van het personage aan de telefoon kan best duidelijk maken wat de kern van de boodschap aan de andere kant was zonder mee te geven wat er gezegd is. &#039;&#039;Taxi Driver&#039;&#039; geeft voorbeeld van een scene waar dit te zien is.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== Telefoons vermeiden ===&lt;br /&gt;
Een simpele oplossing is om geen telefoons te verwerken in de film. &#039;&#039;Lord of the Rings&#039;&#039; maakt hier uitmuntend gebruik van.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
=== &amp;quot;It was a boring conversation anyway&amp;quot; ===&lt;br /&gt;
Een van de karakters vindt het genoeg geweest en schiet de telefoon aan gort, waarna hij zegt: &amp;quot;It was a boring conversation anyway.&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Rangschikking ==&lt;br /&gt;
{{Tierlist|s=&amp;quot;It was a boring conversation anyway&amp;quot;|a=De goede manier|b=Twee stemmen één perspectief|c=Splitscreen|d=Beide perspectieven|e=Telefoons vermeiden|f=De foute manier}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3238</id>
		<title>Het woordenboek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3238"/>
		<updated>2026-07-01T15:12:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*&#039;&#039;&#039;A∙ca∙de∙mi∙um&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: Academia)&lt;br /&gt;
**wetenschappelijk werk&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Drie∙hoek∙mast∙poet∙ser&#039;&#039;&#039; (de, m, meervoud: driehoeksmastpoetsers)&lt;br /&gt;
**een zeldzaam ambachtslid van het zeilersgilde wiens arbeid bestaat uit het reinigen van de driehoekmast. Kan in speciale gevallen leiden tot pornografische praktijken, zie: &#039;&#039;driehoekmastpoetserpornografie&#039;&#039; en &#039;&#039;rietzeilen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ge∙plakt&#039;&#039;&#039; (heeft, is geplakt)&lt;br /&gt;
**sluw gemanoeuvreerd voor maximaal resultaat wegens mininale input&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Girl&#039;&#039;&#039; (de, v)&lt;br /&gt;
** veelgenoemd, maar reeds onbekend onderwerp van een zin&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kriem&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: nvt)&lt;br /&gt;
**misdaad: &#039;&#039;Zjort vindt het een kriem om de broodkruimels uit het raam te gooien&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kut∙bitch&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: kutbitches)&lt;br /&gt;
**een naar persoon: &#039;&#039;Nils is echt een kutbitch&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Pai∙si∙bel&#039;&#039;&#039; (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)&lt;br /&gt;
**vredig: &#039;&#039;Aubin-Neufchâteau is heel paisibel&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Riet∙zei∙len&#039;&#039;&#039; (rietzeilde, heeft, is gerietzeild)&lt;br /&gt;
*#een intieme activiteit op de zeilboot om uit te voeren met iemand die je heel erg lief vindt in een omgeving waar het zonlicht mogelijk niet schijnt: &#039;&#039;Pepijn gaat met zijn zeilvereniging graag rietzeilen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*#neuken: &#039;&#039;Hé Mipo, wil je gaan rietzeilen om de [[sjaarsbaby]] te verwekken?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schar∙min∙kel&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: den scharminkels)&lt;br /&gt;
**een zeer extreme afkeuringstitel voor onwaardige personen: &#039;&#039;Een scharminkel van het laagste allooi&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schlop∙pie top∙pie&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: Schloppie toppies)&lt;br /&gt;
**een onnauwkeurig compliment: &#039;&#039;Jouw moeder gaf mij een schloppie toppie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Smiech∙tig&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
**geniepig, iemand die smede plannetjes snoodt: &#039;&#039;Hij kijkt heel smiechtig uit zijn ogen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Taai&#039;&#039;&#039; (Taaie koek)&lt;br /&gt;
** analyse&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙de∙ren (vər&#039;derən)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** uitstaan: &#039;&#039;Ik hoop dat je je studie kan verderen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙pijs∙terd&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** gesloopt zijn, moe. Iemand is verpijsterd als ze niet meer volledig kunnen functioneren: &#039;&#039;Veerle ziet er vandaag verpijsterd uit&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Vi∙o∙le∙ren&#039;&#039;&#039; (violeerde, heeft, is gevioleerd)&lt;br /&gt;
** disrespectvol gedrag vertonen: &#039;&#039;Mikki heeft mij echt gevioleerd&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Wel∙te∙rus∙ten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**afscheids groet voor wanneer de groeter en de gegroette elkaar niet meer zullen treffen vóór de nachtrust, veel voorkomend bij de &#039;&#039;Hubertus Slaapgaandenus&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Zuig∙wa∙gen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Zuigen is veilig, snel en efficiënt. Zuigtechniek voorkomt schades. Minder arbeidsintensief. Schone werkplek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Coolste woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[I-j-woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Ĳ-woorden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3237</id>
		<title>Het woordenboek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3237"/>
		<updated>2026-07-01T11:49:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*&#039;&#039;&#039;A∙ca∙de∙mi∙um&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: Academia)&lt;br /&gt;
**wetenschappelijk werk&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Drie∙hoek∙mast∙poet∙ser&#039;&#039;&#039; (de, m, meervoud: driehoeksmastpoetsers)&lt;br /&gt;
**een zeldzaam ambachtslid van het zeilersgilde wiens arbeid bestaat uit het reinigen van de driehoekmast. Kan in speciale gevallen leiden tot pornografische praktijken, zie: &#039;&#039;driehoekmastpoetserpornografie&#039;&#039; en &#039;&#039;rietzeilen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ge∙plakt&#039;&#039;&#039; (heeft, is geplakt)&lt;br /&gt;
**sluw gemanoeuvreerd voor maximaal resultaat wegens mininale input&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Girl&#039;&#039;&#039; (de, v)&lt;br /&gt;
** veelgnoemd, maar reeds onbekend onderwerp van een zin&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kriem&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: nvt)&lt;br /&gt;
**misdaad: &#039;&#039;Zjort vindt het een kriem om de broodkruimels uit het raam te gooien&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kut∙bitch&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: kutbitches)&lt;br /&gt;
**een naar persoon: &#039;&#039;Nils is echt een kutbitch&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Pai∙si∙bel&#039;&#039;&#039; (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)&lt;br /&gt;
**vredig: &#039;&#039;Aubin-Neufchâteau is heel paisibel&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Riet∙zei∙len&#039;&#039;&#039; (rietzeilde, heeft, is gerietzeild)&lt;br /&gt;
*#een intieme activiteit op de zeilboot om uit te voeren met iemand die je heel erg lief vindt in een omgeving waar het zonlicht mogelijk niet schijnt: &#039;&#039;Pepijn gaat met zijn zeilvereniging graag rietzeilen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*#neuken: &#039;&#039;Hé Mipo, wil je gaan rietzeilen om de [[sjaarsbaby]] te verwekken?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schar∙min∙kel&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: den scharminkels)&lt;br /&gt;
**een zeer extreme afkeuringstitel voor onwaardige personen: &#039;&#039;Een scharminkel van het laagste allooi&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schlop∙pie top∙pie&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: Schloppie toppies)&lt;br /&gt;
**een onnauwkeurig compliment: &#039;&#039;Jouw moeder gaf mij een schloppie toppie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Smiech∙tig&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
**geniepig, iemand die smede plannetjes snoodt: &#039;&#039;Hij kijkt heel smiechtig uit zijn ogen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Taai&#039;&#039;&#039; (Taaie koek)&lt;br /&gt;
** analyse&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙de∙ren (vεr&#039;derən)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** uitstaan: &#039;&#039;Ik hoop dat je je studie kan verderen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙pijs∙terd&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** gesloopt zijn, moe. Iemand is verpijsterd als ze niet meer volledig kunnen functioneren: &#039;&#039;Veerle ziet er vandaag verpijsterd uit&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Vi∙o∙le∙ren&#039;&#039;&#039; (violeerde, heeft, is gevioleerd)&lt;br /&gt;
** disrespectvol gedrag vertonen: &#039;&#039;Mikki heeft mij echt gevioleerd&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Wel∙te∙rus∙ten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**afscheids groet voor wanneer de groeter en de gegroette elkaar niet meer zullen treffen vóór de nachtrust, veel voorkomend bij de &#039;&#039;Hubertus Slaapgaandenus&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Zuig∙wa∙gen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Zuigen is veilig, snel en efficiënt. Zuigtechniek voorkomt schades. Minder arbeidsintensief. Schone werkplek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Coolste woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[I-j-woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Ĳ-woorden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3234</id>
		<title>Addertje</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3234"/>
		<updated>2026-06-30T13:34:57Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:AddertjeQY.png|miniatuur|Addertje]]&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Addertje&#039;&#039;&#039; is een [[Toetsenbordindelingen|toetsenbordindeling]] ontwikkeld door Daan, Mipo en Nils.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2026 gaf dit drietal een nationaal symposium genaamd &#039;&#039;Het probleem van de toetsenbordindeling&#039;&#039;. Hier kwamen de jongens tot de conclusie dat de tot dan toe beste indeling [[DeHeL]] hier en daar nog gebrekte. Zo kwam het dat zij werk begonnen aan een verbeterde versie. Er zou voornamelijk verbetering moeten komen in de digrammen (met name de G, E en W toetsen). De C- en V-toetsen zouden worden verwisseld en ook de D-toets en de S-toets. Uiteindelijk kwamen ze bij [https://codeberg.org/FietsenNaarMaastricht/fnm-indelingen Addertje] uit, vernoemd naar de symbolen op de &#039;home-row&#039;.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Addertje-ĳ ==&lt;br /&gt;
[[Bestand:Addertje-ĳ.png|miniatuur|Addertje-ĳ]]&lt;br /&gt;
Mipo is door een aantal iteraties van Addertje gegaan waar de [[Ĳ-woorden|ĳ]] in geïmplementeerd zou zĳn. Een daarvan had de ĳ op de plek van de Y-toets, met het y op de shiftlaag en de Ĳ en Y elders. Dit idee zou waarschĳnlĳk werken, was hier eerder over nagedacht, maar met hoe Addertje standaard is ingedeeld zou dit het concept &#039;variatie&#039; voorbĳ gaan en eerder een andere indeling worden. Uiteindelĳk is Mipo terecht gekomen bĳ de indeling in het figuur hiernaast.&lt;br /&gt;
[[Categorie:Toetsenborden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:Addertje-%C4%B3.png&amp;diff=3233</id>
		<title>Bestand:Addertje-ĳ.png</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:Addertje-%C4%B3.png&amp;diff=3233"/>
		<updated>2026-06-30T13:34:34Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Addertje-ĳ&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3232</id>
		<title>Het woordenboek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3232"/>
		<updated>2026-06-30T13:18:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*&#039;&#039;&#039;A∙ca∙de∙mi∙um&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: Academia)&lt;br /&gt;
**wetenschappelijk werk&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Drie∙hoek∙mast∙poet∙ser&#039;&#039;&#039; (de, m, meervoud: driehoeksmastpoetsers)&lt;br /&gt;
**een zeldzaam ambachtslid van het zeilersgilde wiens arbeid bestaat uit het reinigen van de driehoekmast. Kan in speciale gevallen leiden tot pornografische praktijken, zie: &#039;&#039;driehoekmastpoetserpornografie&#039;&#039; en &#039;&#039;rietzeilen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ge∙plakt&#039;&#039;&#039; (heeft, is geplakt)&lt;br /&gt;
**sluw gemanoeuvreerd voor maximaal resultaat wegens mininale input&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Girl&#039;&#039;&#039; (de, v)&lt;br /&gt;
** veelgnoemd, maar reeds onbekend onderwerp van een zin&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kriem&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: nvt)&lt;br /&gt;
**misdaad: &#039;&#039;Zjort vindt het een kriem om de broodkruimels uit het raam te gooien&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kut∙bitch&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: kutbitches)&lt;br /&gt;
**een naar persoon: &#039;&#039;Nils is echt een kutbitch&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Pai∙si∙bel&#039;&#039;&#039; (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)&lt;br /&gt;
**vredig: &#039;&#039;Aubin-Neufchâteau is heel paisibel&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Riet∙zei∙len&#039;&#039;&#039; (rietzeilde, heeft, is gerietzeild)&lt;br /&gt;
*#een intieme activiteit op de zeilboot om uit te voeren met iemand die je heel erg lief vindt in een omgeving waar het zonlicht mogelijk niet schijnt: &#039;&#039;Pepijn gaat met zijn zeilvereniging graag rietzeilen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*#neuken: &#039;&#039;Hé Mipo, wil je gaan rietzeilen om de [[sjaarsbaby]] te verwekken?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schar∙min∙kel&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: den scharminkels)&lt;br /&gt;
**een zeer extreme afkeuringstitel voor onwaardige personen: &#039;&#039;Een scharminkel van het laagste allooi&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schlop∙pie top∙pie&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: Schloppie toppies)&lt;br /&gt;
**een onnauwkeurig compliment: &#039;&#039;Jouw moeder gaf mij een schloppie toppie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Smiech∙tig&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
**geniepig, iemand die smede plannetjes snoodt: &#039;&#039;Hij kijkt heel smiechtig uit zijn ogen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Taai&#039;&#039;&#039; (Taaie koek)&lt;br /&gt;
** analyse&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙de∙ren (vεrderən)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** uitstaan: &#039;&#039;Ik hoop dat je je studie kan verderen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙pijs∙terd&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** gesloopt zijn, moe. Iemand is verpijsterd als ze niet meer volledig kunnen functioneren: &#039;&#039;Veerle ziet er vandaag verpijsterd uit&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Vi∙o∙le∙ren&#039;&#039;&#039; (violeerde, heeft, is gevioleerd)&lt;br /&gt;
** disrespectvol gedrag vertonen: &#039;&#039;Mikki heeft mij echt gevioleerd&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Wel∙te∙rus∙ten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**afscheids groet voor wanneer de groeter en de gegroette elkaar niet meer zullen treffen vóór de nachtrust, veel voorkomend bij de &#039;&#039;Hubertus Slaapgaandenus&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Zuig∙wa∙gen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Zuigen is veilig, snel en efficiënt. Zuigtechniek voorkomt schades. Minder arbeidsintensief. Schone werkplek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Coolste woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[I-j-woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Ĳ-woorden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3231</id>
		<title>Het woordenboek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3231"/>
		<updated>2026-06-30T13:17:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*&#039;&#039;&#039;A∙ca∙de∙mi∙um&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: Academia)&lt;br /&gt;
**wetenschappelijk werk&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Drie∙hoek∙mast∙poet∙ser&#039;&#039;&#039; (de, m, meervoud: driehoeksmastpoetsers)&lt;br /&gt;
**een zeldzaam ambachtslid van het zeilersgilde wiens arbeid bestaat uit het reinigen van de driehoekmast. Kan in speciale gevallen leiden tot pornografische praktijken, zie: &#039;&#039;driehoekmastpoetserpornografie&#039;&#039; en &#039;&#039;rietzeilen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ge∙plakt&#039;&#039;&#039; (heeft, is geplakt)&lt;br /&gt;
**sluw gemanoeuvreerd voor maximaal resultaat wegens mininale input&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Girl&#039;&#039;&#039; (de, v)&lt;br /&gt;
** veelgnoemd, maar reeds onbekend onderwerp van een zin&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kriem&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: nvt)&lt;br /&gt;
**misdaad: &#039;&#039;Zjort vindt het een kriem om de broodkruimels uit het raam te gooien&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kut∙bitch&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: kutbitches)&lt;br /&gt;
**Een naar persoon: &#039;&#039;Nils is echt een kutbitch&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Pai∙si∙bel&#039;&#039;&#039; (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)&lt;br /&gt;
**vredig: &#039;&#039;Aubin-Neufchâteau is heel paisibel&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Riet∙zei∙len&#039;&#039;&#039; (rietzeilde, heeft, is gerietzeild)&lt;br /&gt;
*#een intieme activiteit op de zeilboot om uit te voeren met iemand die je heel erg lief vindt in een omgeving waar het zonlicht mogelijk niet schijnt: &#039;&#039;Pepijn gaat met zijn zeilvereniging graag rietzeilen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*#neuken: &#039;&#039;Hé Mipo, wil je gaan rietzeilen om de [[sjaarsbaby]] te verwekken?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schar∙min∙kel&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: den scharminkels)&lt;br /&gt;
**Een zeer extreme afkeuringstitel voor onwaardige personen: &#039;&#039;Een scharminkel van het laagste allooi&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schlop∙pie top∙pie&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: Schloppie toppies)&lt;br /&gt;
**Een onnauwkeurig compliment: &#039;&#039;Jouw moeder gaf mij een schloppie toppie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Smiech∙tig&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
**Geniepig, iemand die smede plannetjes snoodt: &#039;&#039;Hij kijkt heel smiechtig uit zijn ogen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Taai&#039;&#039;&#039; (Taaie koek)&lt;br /&gt;
** analyse&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙de∙ren (vεrderən)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** uitstaan: &#039;&#039;Ik hoop dat je je studie kan verderen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙pijs∙terd&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** gesloopt zijn, moe. Iemand is verpijsterd als ze niet meer volledig kunnen functioneren: &#039;&#039;Veerle ziet er vandaag verpijsterd uit&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Vi∙o∙le∙ren&#039;&#039;&#039; (violeerde, heeft, is gevioleerd)&lt;br /&gt;
** Disrespectvol gedrag vertonen: &#039;&#039;Mikki heeft mij echt gevioleerd&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Wel∙te∙rus∙ten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Afscheids groet voor wanneer de groeter en de gegroette elkaar niet meer zullen treffen vóór de nachtrust, veel voorkomend bij de &#039;&#039;Hubertus Slaapgaandenus&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Zuig∙wa∙gen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Zuigen is veilig, snel en efficiënt. Zuigtechniek voorkomt schades. Minder arbeidsintensief. Schone werkplek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Coolste woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[I-j-woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Ĳ-woorden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3230</id>
		<title>Het woordenboek</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Het_woordenboek&amp;diff=3230"/>
		<updated>2026-06-30T13:17:06Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*&#039;&#039;&#039;A∙ca∙de∙mi∙um&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: Academia)&lt;br /&gt;
**wetenschappelijk werk&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Drie∙hoek∙mast∙poet∙ser&#039;&#039;&#039; (de, m, meervoud: driehoeksmastpoetsers)&lt;br /&gt;
**een zeldzaam ambachtslid van het zeilersgilde wiens arbeid bestaat uit het reinigen van de driehoekmast. Kan in speciale gevallen leiden tot pornografische praktijken, zie: &#039;&#039;driehoekmastpoetserpornografie&#039;&#039; en &#039;&#039;rietzeilen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ge∙plakt&#039;&#039;&#039; (heeft, is geplakt)&lt;br /&gt;
**sluw gemanoeuvreerd voor maximaal resultaat wegens mininale input&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Girl&#039;&#039;&#039; (de, v)&lt;br /&gt;
** veelgnoemd, maar reeds onbekend onderwerp van een zin&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kriem&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: nvt)&lt;br /&gt;
**misdaad: &#039;&#039;Zjort vindt het een kriem om de broodkruimels uit het raam te gooien&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Kut∙bitch&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: kutbitches)&lt;br /&gt;
**Een naar persoon: &#039;&#039;Nils is echt een kutbitch&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Pai∙si∙bel&#039;&#039;&#039; (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)&lt;br /&gt;
**vredig: &#039;&#039;Aubin-Neufchâteau is heel paisibel&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Riet∙zei∙len&#039;&#039;&#039; (rietzeilde, heeft, is gerietzeild)&lt;br /&gt;
*#een intieme activiteit op de zeilboot om uit te voeren met iemand die je heel erg lief vindt in een omgeving waar het zonlicht mogelijk niet schijnt: &#039;&#039;Pepijn gaat met zijn zeilvereniging graag rietzeilen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*#neuken: &#039;&#039;Hé Miko, wil je gaan rietzeilen om de [[sjaarsbaby]] te verwekken?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schar∙min∙kel&#039;&#039;&#039; (het, onz, meervoud: den scharminkels)&lt;br /&gt;
**Een zeer extreme afkeuringstitel voor onwaardige personen: &#039;&#039;Een scharminkel van het laagste allooi&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Schlop∙pie top∙pie&#039;&#039;&#039; (de, v, meervoud: Schloppie toppies)&lt;br /&gt;
**Een onnauwkeurig compliment: &#039;&#039;Jouw moeder gaf mij een schloppie toppie&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Smiech∙tig&#039;&#039;&#039; &lt;br /&gt;
**Geniepig, iemand die smede plannetjes snoodt: &#039;&#039;Hij kijkt heel smiechtig uit zijn ogen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Taai&#039;&#039;&#039; (Taaie koek)&lt;br /&gt;
** analyse&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙de∙ren (vεrderən)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** uitstaan: &#039;&#039;Ik hoop dat je je studie kan verderen.&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Ver∙pijs∙terd&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
** gesloopt zijn, moe. Iemand is verpijsterd als ze niet meer volledig kunnen functioneren: &#039;&#039;Veerle ziet er vandaag verpijsterd uit&#039;&#039;&lt;br /&gt;
* &#039;&#039;&#039;Vi∙o∙le∙ren&#039;&#039;&#039; (violeerde, heeft, is gevioleerd)&lt;br /&gt;
** Disrespectvol gedrag vertonen: &#039;&#039;Mikki heeft mij echt gevioleerd&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Wel∙te∙rus∙ten&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Afscheids groet voor wanneer de groeter en de gegroette elkaar niet meer zullen treffen vóór de nachtrust, veel voorkomend bij de &#039;&#039;Hubertus Slaapgaandenus&#039;&#039;&lt;br /&gt;
*&#039;&#039;&#039;Zuig∙wa∙gen&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
**Zuigen is veilig, snel en efficiënt. Zuigtechniek voorkomt schades. Minder arbeidsintensief. Schone werkplek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Coolste woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[I-j-woorden]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Ĳ-woorden]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3225</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3225"/>
		<updated>2026-06-29T09:39:14Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht, en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit; midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden, sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel, en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde, en terug snelde richting het Meer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het mocht niet baten. Alvorens Thea zich drie vadems had bewogen, ontkiemde voor haar een heuse kasteelmuur, gevlochten uit stekelige rozenbosjes die haar schreden halt toeriepen, en nog voordat de kolibri zijn wiekslag had kunnen maken waren haar enkels geketend in een net van kreupelhout. Het vijandige tweetal naderde rap. Filip vatte stout sissend en grommend post tussen haar en de belagers, maar de linkerfiguur hield zijn hand voor de snoet van de trouwe metgezel en liet hem bewusteloos vallen. De rechterfiguur griste Thea&#039;s baal op brute wijze en inspecteerde zijn buit. Zijn gezicht was verhuld in een donkermetalen helm, zag Thea nu, maar ook zonder zijn ogen te kunnen ontwaren merkte Thea zijn schrik in wat hij trof. Met luid gescheur trok hij de baal bij diens zomen aan flarden, waarmee Thea&#039;s visvangst ter aarde stortte. Hij sprak vertoornd: &#039;Hoe triest, hoe triest! Een crimineel zo driest... Kent u geen wroeging, gij snode, kwade vreem&#039;ling? Gij zijt het, gij zijt het, mijn zicht bedriegt mij niet! De moordenaar, die reeds menig jaar ons overstelpt met verdriet! Het is mij nu een zeker ding, wij brengen u naar onze koning!&#039; De geharnasde figuur omgorde Thea met een bronzen koord, en het schuurde en brandde aan haar leest. De figuur met de vreemde krachten nam Filip en de vissen in zijn armen, en zo werd het paar verder geleid, terwijl de nacht zich als deken over het bos spreidde...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Toen zĳ recht voor de rozenstruiken stonden spraken de figuren wat in een oude taal die Thea niet kende, en heel langzaam, alsof het uitputtende moeite koste, begonnen de struiken een opening te maken in de muur. Zĳ wachtten daar een tĳdje, en toen de doorgang volgroeid was, gaven zĳ de struiken nog een twee- of drietal woorden in hun tong voordat ze de doorgang betraden. Aan de andere kant was enkel te zien wat daar voorheen ook was geweest, en Thea vroeg zich nu ongedurig af waar zĳ die nacht te slapen zou komen, als die luxe haar gegund was. Met die gedachte in het hoofd was het dat Thea haar blik wendde op het paar dat haar de weg leidde. De twee schenen haar nu griezeliger toe dan zĳ voorheen gedaan hadden. Zĳ zou haar blik graag snel weer afwenden, was het haar niet opgevallen dat één van de figuren een magere vinger de boomkronen in wees. Aleer de gedachte in haar op was gekomen keek zĳ het bladerdak in, waar de vinger had gewezen, en plots stond zĳ stĳf van schrik. Haar gezicht werd bleek, alsof zĳ een honderdtal spoken zag, en voor haar part was dat ook zo. In de bomen ver boven haar was een uitbundig netwerk van bruggen tussen platvormen gespand. Om de grootste van de bomen, waarvan Thea dacht dat die de koning zou zĳn geweest, was een toren gebouwd waarvoor Thea&#039;s hut een berghok moest zĳn geweest...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3223</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3223"/>
		<updated>2026-06-28T22:36:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo was het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten, zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier, en betucht bovenal. De nacht van Sjefs verjaring in het tiende jaar van de krekel was de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld, en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel; zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het was een onverzadigbare rijkdom, en zij hunkerden immer naar meer. Om Sjefs verjaring te vieren zou de bende tot het huis van de gouverneur afdalen, en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard, en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek, en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer, en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is, en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoe doet &#039;ie het zo?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi, en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm, en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak, als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De man staat dan enkele momenten stil. De regen suist hem in zijn oren. Hij is koud. Zijn vingers klagen niet langer, maar zijn blauw en verstomd met ijs. Hij kijkt, maar ziet niks meer. Hij luistert, maar hoort niks. Hij wil spreken, roepen, schreeuwen, iets! Toch blijft hij stil. Hij was ergens anders nu, en alles leek ver weg. Hij zweeft tussen gedachtes en ideëen, flarden van iets groters, en hij voelt het, als een groot kloppend hart, ergens ver in de verte, iets allesoverstemmends. Een bekende stem klinkt helder in zijn hoofd: &amp;quot;Heb gij ontwaard, vreemde, het gesternte, zo hoog boven aan het hemelgewelf? Een kraai weet misschien van takken, maar kent hij de wortels, de stam, het schors en de bladeren? Hij vreest de gonzende donder, maar kent hij de bliksem, met kroon en tak reikend, immer reikend, die zich vertoornd over hemel en aarde en hemzelf hoger acht? De kraai zal moeten vliegen! Hoog, en ver, ver weg, naar een zomers oord gehuld in winter, ver van nest en dorre takken. En geleid is hij met onzichtbare hand, en wil onkenbaar aan elk op één na, zoals de spreeuw die danst met zijn volk en de hemel vult met reuzen en golven, en dansen zal hij. Het zal de sterren bekoren hem te zien, en de nacht vult hij met zang en vreugde, en met een vlucht vreselijker en wonderbaarlijker dan die van een duizendtal spreeuwen. Hoger en hoger en hoger zal hij gaan, en de wereld voorbij en voorbij, en de bliksem zal hem kietelen en hem jaloers zijn. Een ander zal hij vinden op zijn odyssee, of de ander zal hem vinden, en ze zullen verloren gaan. Verder spreidt het weefsel nog niet; zijn koord reigt door alle dingen, en alle dingen weven samen, en diens steken kennen fout noch wil. Vaarwel, kleine kraai! Vaarwel en houdt moed, aan de horizon gloort de ochtendgloed. Vaarwel!&amp;quot; De stem vervaagt, en verdwijnt tot niks. Hij was al die tijd alleen, maar nu lijkt hij het voor het eerst te voelen. Een stroompje vloeit langs zijn wang. Hij is gehuld in donker, maar hij ziet meer dan ooit, en alles is kalm en vredig.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een blikseminslag vult de hemel voor een ogenblik met een flets licht, en donder slaat de man uit zijn droom. Hij hijgt en snakt en zijn benen begeven het onder hem. Zijn borst brand als een smeedijzer en steekt hem met elke snik. Zijn oren piepen, en stenen schrammen zijn knieën en onderbenen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hij schreeuwt de nacht in, zodat ieder zou mogen weten dat hij nog niet verloren is...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De hemelse zweep slaat veertig keer min één, en elke slag is niets meer dan verblindend licht in verblindend duister. Na veertig min één slag staat de man op en zegt: &amp;quot;Neen! Ik laat geen licht mĳ meer de ogen verblinden. Nu en voort zal het mĳ tot gids zĳn in duister, en het zal mĳ hoeden als zĳnde de Herder.&amp;quot; Plots staakt de hemel het geweld en valt er een stilte. De man kĳkt met gebalde vuisten op naar de hemel, alsof hĳ er een gat in zou slaan, zou het het hem niet gehoorzamen. Het paar blĳft zo nog een tĳdje bedenkelĳk staren, alsof zĳ in patstelling beiden nog zoeken naar een zet. Plots gaat de man zitten, en wendt zĳn blik weg van de hemel. Of dit is uit genoegen met gelijkspel, of uit overtuiging van winst is onduidelĳk, maar dat er die avond geen bliksem meer zal slaan is een feit. Voor het eerst in zĳn leven staat de man het zĳn ogen nu toe om te wennen aan het duister, en hĳ lacht wanneer hĳ aan de horizon de ochtendgloed ziet gloren. Met een glimlach kĳkt de man om naar het kruis achter zich, en zegt: &amp;quot;Vaarwel!&amp;quot;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Pijnlijke_analyse&amp;diff=3217</id>
		<title>Pijnlijke analyse</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Pijnlijke_analyse&amp;diff=3217"/>
		<updated>2026-06-26T12:44:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Iemand help mij ik wil niet nog een keer een analyse tentamen maken :&#039;(&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zielige Kat.png|border|200px]]&lt;br /&gt;
&#039;&#039;5 and still counting!&#039;&#039;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3216</id>
		<title>Records</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3216"/>
		<updated>2026-06-26T08:46:02Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hier zijn de categorieën van de records te vinden met hun respectievelijke scores:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;25 meter zwemmen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 19 seconden&lt;br /&gt;
# Thomas: 26 seconden&lt;br /&gt;
# [[Brother of oats|Broeder]]: 38 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen naar Maastricht:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Mipo, Pepijn, Thomas, Veerle, Zjort: 31 uur en 30 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen algemeen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Pepijn: Nijmegen Sneek (215 km) - 2 dagen&lt;br /&gt;
# Huub, Mathijs, Nils, Pepijn, Thomas, Wouter, Zjort: Rondje Nijmegen (40 km) - 3 uur&lt;br /&gt;
# David, Huub, Louise, Mipo, Naomi, Nils, Veerle, Zjort: Lola/zomervakantie (105 km) - 11 uur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelheid:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Thomas: Licht&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
# Wouter: 4&lt;br /&gt;
# Huub: 2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Twee rondjes rond Huygens:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 5 minuten en 24 seconden&lt;br /&gt;
# Bram &amp;amp; Naomi: 8 minuten en 40 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Naar Erasmus verdieping 20 en terug met de trap:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 6:40.44&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Atje Colaatje (330 mL):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 09.74&lt;br /&gt;
# Mipo: 22.37&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met DeHeL in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 112,90 wpm&lt;br /&gt;
# Nils: 112,01 wpm&amp;lt;ref&amp;gt;Met 100% accuracy :)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Mipo: 88,39 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 52,60 wpm&lt;br /&gt;
# Wouter: 42,43 wpm&lt;br /&gt;
# Naomi: 29,70 wpm&lt;br /&gt;
# Tamar: 19,37 wpm&lt;br /&gt;
# Mikki: 12,12 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 7,60 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Qwerty in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 124 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 115 wpm&lt;br /&gt;
# Marijn: 93 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 72 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Addertje in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Daan: 102,15 wpm&lt;br /&gt;
# Mipo: 87,43 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Karten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi: 35,01&lt;br /&gt;
# Mipo: 36,42&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Minesweeper 9x9 10 mines (zonder op nummers te drukken):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Zjort &amp;amp; Naomi: 7 seconden&lt;br /&gt;
#Nils: 9 seconden&lt;br /&gt;
#Mikki: 11.68 seconden&lt;br /&gt;
#Mipo: 14 seconden&lt;br /&gt;
#Mathijs: 18 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tetris 40 lines:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 1:29.188&lt;br /&gt;
# Mipo: 3:30.702&lt;br /&gt;
# Mikki: 4:49.793&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Nederlands:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Mipo&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Lolly plasticje eraf halen en opeten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mikki: 1:30.64&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deathsquared level 7, THE SWITCH speedrun&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils, Menno, Marcel en Mikki: 2:47&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Rubiks Kubus 3x3&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 00:34.71&lt;br /&gt;
# Tamar: 00:47&lt;br /&gt;
# Louise: 01:16&lt;br /&gt;
# Pepijn: 02:25&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Parkour&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils: 00:25,49&lt;br /&gt;
# Mikki: 00:55,43&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kaarsrecht zitten (bij Thomas)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Veerle&lt;br /&gt;
# Marijn&lt;br /&gt;
# Bram&lt;br /&gt;
# Nynke&lt;br /&gt;
# Daan&lt;br /&gt;
# Iris&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Wouter&lt;br /&gt;
# Mikki&lt;br /&gt;
# Nils&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Pull-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naut: 12 &lt;br /&gt;
# Bram: 8&lt;br /&gt;
# Wouter: 6,5&lt;br /&gt;
# Marijn: 5&lt;br /&gt;
# Huub: 4,5&lt;br /&gt;
# Tamar: 3&lt;br /&gt;
# Thomas: 2,5&lt;br /&gt;
# Jort: 2&lt;br /&gt;
# Louise: 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Push-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 32&lt;br /&gt;
# Naut: 30&lt;br /&gt;
# Bram: 20&lt;br /&gt;
# Huub: 20&lt;br /&gt;
# Thomas: 20&lt;br /&gt;
# Wouter: 12&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3215</id>
		<title>Records</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3215"/>
		<updated>2026-06-26T08:43:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hier zijn de categorieën van de records te vinden met hun respectievelijke scores:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;25 meter zwemmen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 19 seconden&lt;br /&gt;
# Thomas: 26 seconden&lt;br /&gt;
# [[Brother of oats|Broeder]]: 38 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen naar Maastricht:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Mipo, Pepijn, Thomas, Veerle, Zjort: 31 uur en 30 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen algemeen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Pepijn: Nijmegen Sneek (215 km) - 2 dagen&lt;br /&gt;
# Huub, Mathijs, Nils, Pepijn, Thomas, Wouter, Zjort: Rondje Nijmegen (40 km) - 3 uur&lt;br /&gt;
# David, Huub, Louise, Mipo, Naomi, Nils, Veerle, Zjort: Lola/zomervakantie (105 km) - 11 uur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelheid:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Thomas: Licht&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
# Wouter: 4&lt;br /&gt;
# Huub: 2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Twee rondjes rond Huygens:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 5 minuten en 24 seconden&lt;br /&gt;
# Bram &amp;amp; Naomi: 8 minuten en 40 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Naar Erasmus verdieping 20 en terug met de trap:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 6:40.44&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Atje Colaatje (330 mL):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 09.74&lt;br /&gt;
# Mipo: 22.37&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met DeHeL in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 112,90 wpm&lt;br /&gt;
# Nils: 112,01 wpm&amp;lt;ref&amp;gt;Met 100% accuracy :)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Mipo: 88,39 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 52,60 wpm&lt;br /&gt;
# Wouter: 42,43 wpm&lt;br /&gt;
# Naomi: 29,70 wpm&lt;br /&gt;
# Tamar: 19,37 wpm&lt;br /&gt;
# Mikki: 12,12 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 7,60 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Qwerty in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 124 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 115 wpm&lt;br /&gt;
# Marijn: 93 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 72 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Addertje in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Daan: 102,15 wpm&lt;br /&gt;
# Mipo: 83,95 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Karten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi: 35,01&lt;br /&gt;
# Mipo: 36,42&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Minesweeper 9x9 10 mines (zonder op nummers te drukken):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Zjort &amp;amp; Naomi: 7 seconden&lt;br /&gt;
#Nils: 9 seconden&lt;br /&gt;
#Mikki: 11.68 seconden&lt;br /&gt;
#Mipo: 14 seconden&lt;br /&gt;
#Mathijs: 18 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tetris 40 lines:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 1:29.188&lt;br /&gt;
# Mipo: 3:30.702&lt;br /&gt;
# Mikki: 4:49.793&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Nederlands:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Mipo&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Lolly plasticje eraf halen en opeten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mikki: 1:30.64&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deathsquared level 7, THE SWITCH speedrun&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils, Menno, Marcel en Mikki: 2:47&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Rubiks Kubus 3x3&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 00:34.71&lt;br /&gt;
# Tamar: 00:47&lt;br /&gt;
# Louise: 01:16&lt;br /&gt;
# Pepijn: 02:25&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Parkour&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils: 00:25,49&lt;br /&gt;
# Mikki: 00:55,43&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kaarsrecht zitten (bij Thomas)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Veerle&lt;br /&gt;
# Marijn&lt;br /&gt;
# Bram&lt;br /&gt;
# Nynke&lt;br /&gt;
# Daan&lt;br /&gt;
# Iris&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Wouter&lt;br /&gt;
# Mikki&lt;br /&gt;
# Nils&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Pull-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naut: 12 &lt;br /&gt;
# Bram: 8&lt;br /&gt;
# Wouter: 6,5&lt;br /&gt;
# Marijn: 5&lt;br /&gt;
# Huub: 4,5&lt;br /&gt;
# Tamar: 3&lt;br /&gt;
# Thomas: 2,5&lt;br /&gt;
# Jort: 2&lt;br /&gt;
# Louise: 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Push-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 32&lt;br /&gt;
# Naut: 30&lt;br /&gt;
# Bram: 20&lt;br /&gt;
# Huub: 20&lt;br /&gt;
# Thomas: 20&lt;br /&gt;
# Wouter: 12&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3214</id>
		<title>Records</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Records&amp;diff=3214"/>
		<updated>2026-06-26T08:42:30Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Hier zijn de categorieën van de records te vinden met hun respectievelijke scores:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;25 meter zwemmen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 19 seconden&lt;br /&gt;
# Thomas: 26 seconden&lt;br /&gt;
# [[Brother of oats|Broeder]]: 38 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen naar Maastricht:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Mipo, Pepijn, Thomas, Veerle, Zjort: 31 uur en 30 minuten&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Fietsen algemeen:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mathijs, Pepijn: Nijmegen Sneek (215 km) - 2 dagen&lt;br /&gt;
# Huub, Mathijs, Nils, Pepijn, Thomas, Wouter, Zjort: Rondje Nijmegen (40 km) - 3 uur&lt;br /&gt;
# David, Huub, Louise, Mipo, Naomi, Nils, Veerle, Zjort: Lola/zomervakantie (105 km) - 11 uur&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelheid:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Thomas: Licht&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
# Wouter: 4&lt;br /&gt;
# Huub: 2&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Twee rondjes rond Huygens:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 5 minuten en 24 seconden&lt;br /&gt;
# Bram &amp;amp; Naomi: 8 minuten en 40 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Naar Erasmus verdieping 20 en terug met de trap:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mipo: 6:40.44&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Atje Colaatje (330 mL):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 09.74&lt;br /&gt;
# Mipo: 22.37&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met DeHeL in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 112,90 wpm&lt;br /&gt;
# Nils: 112,01 wpm&amp;lt;ref&amp;gt;Met 100% accuracy :)&amp;lt;/ref&amp;gt;&lt;br /&gt;
# Mipo: 88,39 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 52,60 wpm&lt;br /&gt;
# Wouter: 42,43 wpm&lt;br /&gt;
# Naomi: 29,70 wpm&lt;br /&gt;
# Tamar: 19,37 wpm&lt;br /&gt;
# Mikki: 12,12 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 7,60 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Qwerty in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Daan: 124 wpm&lt;br /&gt;
# Huub: 115 wpm&lt;br /&gt;
# Marijn: 93 wpm&lt;br /&gt;
# Thomas: 72 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Snelste 50 woorden Nederlands typen met Addertje in monkeytype op laptop:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
# Daan: 102,15 wpm&lt;br /&gt;
# Mipo: 81,81 wpm&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Karten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi: 35,01&lt;br /&gt;
# Mipo: 36,42&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Minesweeper 9x9 10 mines (zonder op nummers te drukken):&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
#Zjort &amp;amp; Naomi: 7 seconden&lt;br /&gt;
#Nils: 9 seconden&lt;br /&gt;
#Mikki: 11.68 seconden&lt;br /&gt;
#Mipo: 14 seconden&lt;br /&gt;
#Mathijs: 18 seconden&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Tetris 40 lines:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 1:29.188&lt;br /&gt;
# Mipo: 3:30.702&lt;br /&gt;
# Mikki: 4:49.793&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Nederlands:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Mipo&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Lolly plasticje eraf halen en opeten:&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Mikki: 1:30.64&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Deathsquared level 7, THE SWITCH speedrun&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils, Menno, Marcel en Mikki: 2:47&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Rubiks Kubus 3x3&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Zjort: 00:34.71&lt;br /&gt;
# Tamar: 00:47&lt;br /&gt;
# Louise: 01:16&lt;br /&gt;
# Pepijn: 02:25&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Parkour&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Nils: 00:25,49&lt;br /&gt;
# Mikki: 00:55,43&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Kaarsrecht zitten (bij Thomas)&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Veerle&lt;br /&gt;
# Marijn&lt;br /&gt;
# Bram&lt;br /&gt;
# Nynke&lt;br /&gt;
# Daan&lt;br /&gt;
# Iris&lt;br /&gt;
# Naomi&lt;br /&gt;
# Wouter&lt;br /&gt;
# Mikki&lt;br /&gt;
# Nils&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Pull-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Naut: 12 &lt;br /&gt;
# Bram: 8&lt;br /&gt;
# Wouter: 6,5&lt;br /&gt;
# Marijn: 5&lt;br /&gt;
# Huub: 4,5&lt;br /&gt;
# Tamar: 3&lt;br /&gt;
# Thomas: 2,5&lt;br /&gt;
# Jort: 2&lt;br /&gt;
# Louise: 1&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Push-up&#039;&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
# Marijn: 32&lt;br /&gt;
# Naut: 30&lt;br /&gt;
# Bram: 20&lt;br /&gt;
# Huub: 20&lt;br /&gt;
# Thomas: 20&lt;br /&gt;
# Wouter: 12&lt;br /&gt;
# Veerle: 5&lt;br /&gt;
&amp;lt;references /&amp;gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Ruitenwissen&amp;diff=3207</id>
		<title>Ruitenwissen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Ruitenwissen&amp;diff=3207"/>
		<updated>2026-06-23T13:57:32Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;== Introductie ==&lt;br /&gt;
We kennen allemaal Hartenjagen, Klaverjassen en Schoppenmie. Dit zijn kaartspellen die het een en ander met elkaar delen. Er worden slagen gespeeld en ze hebben één van de jassen in hun naam. Nu introduceren we: Ruitenwissen om het kwartet te voltooien. Ruitenwissen is een slagenspel waarbij de tweede eerste wordt.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Voorbereiding ==&lt;br /&gt;
Schud een stok kaarten en draai de bovenste kaart om. Deel nu aan alle spelers zoveel kaarten als de waarde van de omgedraaide kaart met twee erbij opgeteld, waarbij alle plaatjes dan voor &amp;lt;math&amp;gt;10+2=12&amp;lt;/math&amp;gt; tellen. De persoon die de rest heeft uitgenodigd voor een potje begint.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Spelverloop ==&lt;br /&gt;
Er worden slagen gespeeld totdat ieders kaarten op zijn. De ruiten plaatjes tellen als &#039;troef&#039;, die winnen boven alle kaarten behalve hogere troeven. Er moet wel kleur bekend worden. Als alle slagen verdeeld zijn, worden de slagen geteld per speler. De speler met het op één na hoogste aantal slagen krijgt zoveel punten als twee opgeteld bij het aantal slagen van die speler. Deze mag volgende ronde ook beginnen. Bij gelijkspel (voor de tweede plek) krijgen alle spelers zoveel punten als voorheen benoemd gedeeld door het aantal spelers waarmee ze die plek delen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Poepkaarten ==&lt;br /&gt;
Bij het halen van strikt nul slagen zal de som van één punt worden verleend, verdeeld over allen die dat behalen. Voor een ronde met twaalf slagen wordt dit verdubbeld.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Winsteisen ==&lt;br /&gt;
De eerste speler met &amp;lt;math&amp;gt;x&amp;lt;/math&amp;gt; of meer punten wint, waarbij &amp;lt;math&amp;gt;x=15&amp;lt;/math&amp;gt; wordt aangeraden. Als meerdere spelers over deze grens komen wint de speler met de meeste punten. Als ook dat gelijk is zijn er meerdere winnaars. Eventueel kan er een eindigheidsronde gespeeld worden. De kaarten worden opgedeeld onder alle spelers die daarvoor in aanraking komen. Een voor een keren zij kaarten. Als iemand de hoogste ruiten in een &#039;slag&#039; keert wint die speler.&lt;br /&gt;
[[Categorie:Kaartspellen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3162</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3162"/>
		<updated>2026-06-17T12:05:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht, en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit, midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel, en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde, en terug snelde richting het Meer...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3161</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3161"/>
		<updated>2026-06-17T12:00:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo was het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten, zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier, en betucht bovenal. De nacht van Sjefs verjaring in het tiende jaar van de krekel was de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld, en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel; zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het was een onverzadigbare rijkdom, en zij hunkerden immer naar meer. Om Sjefs verjaring te vieren zou de bende tot het huis van de gouverneur afdalen, en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard, en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek, en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer, en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is, en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoe doet &#039;ie het zo?&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi, en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm, en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak, als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3160</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3160"/>
		<updated>2026-06-17T10:01:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen, en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan trad het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen visten ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander, en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen, en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen, en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit, midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag; ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur; toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond, en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde en terug snelde richting het Meer...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3159</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3159"/>
		<updated>2026-06-17T09:44:50Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan treedt het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen vissen ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verliet het Meer tussen een es en een eik; twee andere lagen buur - één breed, één eng - en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit, midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag, ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur, toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde en terug snelde richting het Meer...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3158</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3158"/>
		<updated>2026-06-17T09:39:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan treedt het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen vissen ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw, en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verlaatte het Meer tussen een es en een eik, twee andere lagen buur, één breed, één eng; en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit, midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag, ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur, toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde en terug snelde richting het Meer...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3157</id>
		<title>De Aardappeleters</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Aardappeleters&amp;diff=3157"/>
		<updated>2026-06-17T09:38:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Aardappeleters.png|miniatuur|Een surrealistische weergave van de Aardappeleters door Gincent van Voch voor hij aan [[Macro Pointillist|macro pointillisme]] begon.]]&lt;br /&gt;
Op nachten lang gelee, in een duisterder eeuw, vertelde zich een nu lang vergeten verhaal. Het verhaal was dat van de Aardappeleters. Welbekend was het, in menig huishouw en rond elk midnachtvuur onder de rivier. Die eeuw zonder zon kende een midwinternacht zo zwart dat pek er wit bij was. Het was in het holst van die nacht dat ieders hart op de tast naar wat warmte reikte. Zo is het dat de hal van de Verteller zich vulde die nacht. Elk oor onder de rivier was daar om naar de Verteller te luisteren. Toen de menigte huiverend een stilte liet vallen, rezen de eerste magische woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;Er is slechts één verschil tussen mens en god in deze wereld, en dat is dat de mens offert. Wanneer de zon haar stralen dooft in het westen, zo hernieuwt zij deze in het oosten. Wanneer de boer zijn gras maait, zo ontspringt het opnieuw in de lente. De sterren in het hemelgewelf fonkelen sinds de schepping, en tot ver na de dood van ons kinders kinderen zullen zij zich niet verroeren. Zo is het de mens niet gegund. Honger, koude, ziekte; de natuur is een kille gastvrouwe. Staat een moeder bij kinds wieg, snel al staat het kind bij haar graf. Deze tweespalt tussen dood en leven woekert sinds de eersten van onze voorvaderen hun ploegen te velde brachten, en de grond waar wij over lopen is overgoten met hun tranen en klaagzang. Waar de mens zijn vernuft en welwillendheid inzet voor het geluk van hemzelf en zijn medemens, daar floreert hij, maar de beesten van de wereld laten zich niet zo gemakkelijk de pas afsnijden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het verhaal wat ik u nu zal vertellen gaat over het grootste ras booswichten dat Gaia&#039;s smidse ooit het leven heeft ingeblazen, één wiens naam mij nog steeds de haren overeind laat staan. Dit verhaal begon op een donkere winternacht, één niet heel anders dan deze...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Hoe in het zuiden de Bokkenrijders vrijbuitten zo waren dat hier de Aardappeleters. Lage mispunten waren het allen, maar geen was vilein als Sjef Pieper. Zusterzoon was hij van de markgraaf boven de rivier en betucht bovenal. De nacht van Sjef&#039;s verjaring in het tiende jaar van de krekel is de winternacht waarvan ik sprak. Een nacht die men voort nog al als zwartnacht kent. Gaia heeft sinds drie gros zonnewendes geteld en geen zwart als die, tot zij vandaag weer midwinter ziet. De nacht begon als elke bij het afscheid van de zon. De Aardappeleters rookten pijp onder de oude treurwilg op de heuvel. Zo deden zij dat vaak. Toch was toendernacht hen ongelijk alle andere. In alle manen aan ondeugd hadden ze weelde ontmoet. Maar het is een onverzadigbare rijkdom en zij hunkeren immer naar meer. Om Sjef&#039;s verjaring te vieren zou de bende tot het huis van gouverneur afdalen en nemen wat los of vast zit. Wat echter geenieder wist was dat de jonge Sjef oog had voor de dochter van de oude rijkaard en hij zou niet hebben dat daar zulk onheil zou vallen. Sjef had groters voor ogen...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bij het gloren van de wassende maan bereikten Sjef en de zijnen het onderkomen van de gouverneur. De vraag was niet of ze zijn huurlingen zouden overmeesteren, maar slechts hoe rap. Terwijl op de benedenverdiepingen Sjefs kornuiten botvierden, sloop hij in allerijl naar het vertrek van de schone jonkvrouw. Ongezien en ongemerkt zou hij zijn daad verrichten. Toen hij het portaal passeerde, zag hij de radeloze jongedame turende uit haar venster. Snel al keek zij op, haar ogen rood van afschuw en paniek, en in de kamer hing de geur van pure angst. &#039;Scheert u weg, bolrug! Dat door uw onbegrensde verderfelijkheid zelfs de eeuwige inferno u en uw trawanten weigert, geeft geen recht uw rancune als onkruid over de wereld te zaaien! Als u weet wat goed voor u is, dan verlaat u deze contreien terstond en keert u nimmer weder, of u zult de gevolgen kennen.&#039; De gouverneursdochter bleef volhardend staan, oog in oog met de belager, maar ze beefde merkbaar. &#039;Goede vrouwe, verspil niet uw adem zo. Uw bewakers zijn dood of stervende en uw vader is menig mijl van u verwijderd. En dan nog, u heeft niks te vrezen. Ik verschijn hier voor u om u een groot plezier te doen.&#039; &#039;Met vals voorwendsel zult u mij niet winnen, ellendige lendeloze! Wilt u mij plezieren, verschaf mij dan een zweerd, opdat ik nog de adellijke dood mag sterven. Ik zal immers nooit mij vrijwillig tot u begeven!&#039; &#039;Vermetel wijf, uw honen wekt in mij geen deernis. Als dit uw keus is, leef dan met de consequenties. Weet dat het niet de mijne is.&#039; Met die woorden sprintte hij tot de jonkvrouwe, die nog een laatste schreeuw de ether in wierp, en hij sloeg met zijn knuppel de jonkvrouw bewusteloos. Vervolgens omwond hij het corpus in een exotisch wandkleed, en verdween hij met zijn buit uit de kamer...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Onderaan de wentelaar trof Sjef zijn gezelschap. Buiten maakten hemeltranen het laagland tot broek en binnen brandde vagevuur uit de haard in de zitkamer. De wagen die voor het pand had gestaan was beladen met goud en juweel, en van de gastheer was geen spoor te bekennen. Sjef de Mottigaard plaatste het mompelende kleed tussen de schatten van weleer en sprak tot zijn geslacht: &#039;Er is goed gedaan vannacht. Waar bollebofs rijk zijn in dukaat en daalder zijn zij arm in maagschap. Laat de duiten zijn waar genootschap is en laat lopen de goudvinken.&#039; Driemaal &#039;&#039;hoezee&#039;&#039; klonk het, gevolgd door luidskeelse zang:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoezee voor onze Sjef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;had iedereen zijn lef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;dan waren wij allen koningen&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;maar hij nog steeds de chef&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;Hoe doet &#039;ie het zo&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;didelido&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&#039;&#039;hoezee voor onze Sjef!&#039;&#039;&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Te wagen trok het gezelschap ginder over heide en zegge, en zij deelden nog menig hymne. Eén was er die niet zong. Sjef dunkte zich bepaald de vrijer, maar die nacht was er van hof geen sprake. Zij was prooi en hij was op jacht; en van jagen kreeg hij honger...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
O arme ziel, verschalkt in uw stoffen kerker, ge dunkt zeker uw einde ophande zijnde. Welke sterfelijke zou ook ooit in tweedracht met de zetmeligen kunnen zegevieren? Het lot zal niettemin in haar weefsel van de tijd geen steken laten vallen, en altijd zal ze doorweven. Het lot weet dan ook, dat ergens in de smartende woestenij die ons thuis vormt, zich een rechtschapen hart zal doen verrijzen, met als gevolg een wending in de geschiedenis die zijn weerga niet kent. O vrouwe Fortuna, moge u nog met genegenheid het nageslacht toezien van de zielen die in dit verhaal zich verstouten voor een rooskleurige verschiet. Over één van die zielen zal dit verhaal zijn vervolg kennen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In een veld staat een man met een schep in hand. Zijn tranenlaten is verhult door de meedogenloze regen die ruim drie nachten hemel en aarde vult. Het is hem om het even; er is niemand die zijn tranen zou merken, ook al is het de zonnigste der hondsdagen: Zijn laatste bloedverwant ligt onschouwend in de grond aan zijn voeten, een schamel kruis steekt als laatste eerbetoon uit de rulle grond. Zijn stamhuis is door de jaren heen gekweld door bandieten en ziekte, en stuk voor stuk zouden zijn naasten het noodlot kennen, en hij zou als laatste overblijven. Hij had gedacht zijn tranen lang geleden te hebben verloren, en toch nemen steeds nieuwe de plaats van de oude, en ook nu vermengen zij met hun soortgenoten die van de engelen vallen. Met stramme schreden keert hij zich, maar staat dan bewegingloos. Hij zou willen toornen tegen het bittere lot dat hem bestemd lijkt, maar het verlies en de wanhoop ontberen hem van al zijn wilskracht. Wanneer hij zijn laagste punt bereikt verschijnt in een plas voor hem een geriatrische vrouw. Hij deinst terug van de schrik, en de vrouw spreekt tot hem deze volgende woorden:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Mijn meelij is de Uwe, heer weduwnaar. Wij beiden zijn takken aan éénzelfde wilg. Takken waar de kraaien van Hades in broedden. Maar behoud toch dat de zomer kroost brengt, en als het kroost is gevlogen, zal dit water ons takken niet loos zijn, maar zal het ons doen groeien tot de holtes vullen en wij weer heel zijn.&amp;quot; De weduwnaar bedaart als sneeuw in een storm en weent: &amp;quot;Huigelaar! Wat weet een wilg van een es? Wat weet een graftak van hoe diep de roede reikt? Spreek met mij niet tak-tot-tak als wij aan andere kronen hangen.&amp;quot; &amp;quot;Een woord kan een tak niet deren, heer weduwnaar,&amp;quot; zegt de vrouw, &amp;quot;als zij gesproken is in pretentie. Tracht niet het bos te ontwijken enkel omdat zij donker is, maar laat Uw ogen eens wennen aan het duister...&amp;quot;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3156</id>
		<title>De Poliepgaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=De_Poliepgaard&amp;diff=3156"/>
		<updated>2026-06-17T08:07:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Thea was een oudere vrouw die in een klein houten huisje aan de rand van het Tondelwoud woonde. Ze had niet veel tot bezit, maar ze had al wat haar dierbaar was. Het meest waardevolle van dat wat haar huis deelde was Filip. Filip was een jonge kater met vacht als grafiet. Als jong heeft Thea hem diep in het woud horen zingen en hem visjes uit het Meer gebracht. Voort aan die dag is Thea&#039;s stee hem vaak tot herberg geweest. Achtmaal per maan treedt het koppel door het woud naar het Meer aan de andere kant. Evenzoveel middagen vissen ze daar baars en spiering. Het was de voorlaatste dag eer de nieuwe maan dat Thea en Filip hun achtste tocht zouden maken. In haar reisbaal nam Thea brood en drinkwater en hengel en touw; en floot zodoende een lied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een half dagdeel duurde de tocht en het vissen een hele. Gaandeweg de dag verouderde ving Thea snoek en een zander en Filip een spiering. Halverwege middag en zonsondergang werd het uur te laat voor vissen en waagde het paar de wedertocht. Zo hoopten zij eer duister onthaal hun schutting te bereiken. Achtmaal per maand betrad Thea hetzelfde pad, maar voor het eerst nu in jaren had zij niet helder meer welke dit precies geweest was. Eén pad verlaatte het Meer tussen een es en een eik, twee andere lagen buur, één breed en één eng; en een vierde had haar oog nog niet eerder gevangen. Een stem in haar hoofd die zij Filip geloofde vertelde haar het nauwe pad te nemen en nemen deed zij dat pad...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Met de zon ver langs diens zenit was het woud gehuld in een gulden gloed, en ook al waren de bomen gekleurd met &#039;s zons kwast, ook de verjaarde kijkers van Thea stellen al snel vast de voeten naar vreemd land te hebben geleid. Behalve goud kleurt terstond in de bomen ook blauw en in de verte gloort het bladerdek met een luister purper. Filips staart hing tussen zijn poten en hij jammerde angstig, en hoewel Thea plachtte Filips raad te volgen bleef zij zonder angst doorhobbelen. Ook zijzelf kon niet onderscheiden of het door de bovennatuurlijke schoonheid van het schouwspel voor haar was, of door de lokroep van die natuur die haar geweten overtoepte. Lopen deed zij tot bij het aanzicht van een vorm in de verte. Bij verder naderen aanschouwde zij twee figuren van gelijke snit, midden op het pad stonden zij ruggelings. Terwijl om haar heen vage vormen tussen de bomen in de lucht gloeiden sprak de linker tot haar:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&amp;quot;Nee maar, niet waar, wat treffen wij daar? Een tweetal abuis wat ongewoon paar. Tig voorling van huis in verreweg laar. Vergeef mij de vraag, vergeef da&#039;k&#039;t waag, ik hoor van U graag: wat brengt U vandaag?&amp;quot; Welgenoeg klonk de figuur, toch bleef diens wens zonder antwoord. Derhalve was het de tweede schim die sprak: &amp;quot;Excuus duizendmaal, excuus duizendmaal. Vergeef toch ons ziel dit kille onthaal. U ziet ietwat iel en niettemin vaal. Ontdoe rap Uw kiel en sta af Uw baal.&amp;quot; Toch kregen hun verzen van lof uit Thea geen spraak.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De maan stond sikkel die avond en zo ook de lippen van de gestaltes, maar met het ondergaan van de zon trokken ook hun ogen tot een duisterdere toon. &amp;quot;O, zij het zó?&amp;quot; sprak de eerste weer. &amp;quot;Dan zij het zó.&amp;quot; Plots voelde Thea een streling langs haar kuiten als van karige vingers ontsproten uit de grond. Dit deed haar zodanig schrikken dat zij zich terstond keerde en terug snelde richting het Meer...&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Tierlist_Toetsenbordindelingen&amp;diff=3147</id>
		<title>Tierlist Toetsenbordindelingen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Tierlist_Toetsenbordindelingen&amp;diff=3147"/>
		<updated>2026-06-16T12:46:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;De tierlist van bekende [[toetsenbordindelingen]] door Mipo.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
{{Tierlist|s=[[Addertje]], [[DeHeL]]|a=[[ABC]], [[Batman (toetsenbordindeling)|Batman]]|b=[[Colemak]], [[Dvorak]]|c=[[Workman]]|d=Een willekeurig gegenereerde indeling|e=[[Satan]]|f=[[QWERTY]]}}&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3146</id>
		<title>Addertje</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3146"/>
		<updated>2026-06-16T12:45:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Addertje.png|miniatuur|Addertje]]&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Addertje&#039;&#039;&#039; is een [[Toetsenbordindelingen|toetsenbordindeling]] ontwikkeld door Daan, Mipo en Nils.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2026 gaf dit drietal een nationaal symposium genaamd &#039;&#039;Het probleem van de toetsenbordindeling&#039;&#039;. Hier kwamen de jongens tot de conclusie dat de tot dan toe beste indeling [[DeHeL]] hier en daar nog gebrekte. Zo kwam het dat zij werk begonnen aan een verbeterde versie. Er zou voornamelijk verbetering moeten komen in de digrammen (met name de G, E en W toetsen). De C- en V-toetsen zouden worden verwisseld en ook de D-toets en de S-toets. Uiteindelijk kwamen ze bij [https://codeberg.org/FietsenNaarMaastricht/fnm-indelingen Addertje] uit, vernoemd naar de symbolen op de &#039;home-row&#039;.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3145</id>
		<title>Addertje</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Addertje&amp;diff=3145"/>
		<updated>2026-06-16T12:45:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: Nieuwe pagina aangemaakt met &amp;#039;Addertje &amp;#039;&amp;#039;&amp;#039;Addertje&amp;#039;&amp;#039;&amp;#039; is een toetsenbordindeling ontwikkeld door Daan, Mipo en Nils.  In 2026 gaf dit drietal een nationaal symposium genaamd &amp;#039;&amp;#039;Het probleem van de toetsenbordindeling&amp;#039;&amp;#039;. Hier kwamen de jongens tot de conclusie dat de tot dan toe beste indeling DeHeL hier en daar nog gebrekte. Zo kwam het dat zij werk begonnen aan een verbeterde versie. Er zou voornamelijk verbetering moeten komen in de digrammen (met na…&amp;#039;&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Addertje.png|miniatuur|Addertje]]&lt;br /&gt;
&#039;&#039;&#039;Addertje&#039;&#039;&#039; is een toetsenbordindeling ontwikkeld door Daan, Mipo en Nils.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
In 2026 gaf dit drietal een nationaal symposium genaamd &#039;&#039;Het probleem van de toetsenbordindeling&#039;&#039;. Hier kwamen de jongens tot de conclusie dat de tot dan toe beste indeling [[DeHeL]] hier en daar nog gebrekte. Zo kwam het dat zij werk begonnen aan een verbeterde versie. Er zou voornamelijk verbetering moeten komen in de digrammen (met name de G, E en W toetsen). De C- en V-toetsen zouden worden verwisseld en ook de D-toets en de S-toets. Uiteindelijk kwamen ze bij [https://codeberg.org/FietsenNaarMaastricht/fnm-indelingen Addertje] uit, vernoemd naar de symbolen op de &#039;home-row&#039;.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:Addertje.png&amp;diff=3144</id>
		<title>Bestand:Addertje.png</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:Addertje.png&amp;diff=3144"/>
		<updated>2026-06-16T11:46:03Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Addertje&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Toetsenbordindelingen&amp;diff=3142</id>
		<title>Toetsenbordindelingen</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Toetsenbordindelingen&amp;diff=3142"/>
		<updated>2026-06-16T11:38:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er bestaan verschillende toetsenbordindelingen. Hier zijn er een paar van:&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* [[Addertje]]&lt;br /&gt;
* [[DeHeL]]&lt;br /&gt;
* [[QWERTY]]&lt;br /&gt;
* [[Colemak]]&lt;br /&gt;
* [[Dvorak]]&lt;br /&gt;
* [[Dvorak NL]]&lt;br /&gt;
* [[ABC]]&lt;br /&gt;
* [[Workman]]&lt;br /&gt;
* [[AAAAAAA]]&lt;br /&gt;
* [[Batman (toetsenbordindeling)]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
== Zie ook ==&lt;br /&gt;
[[Tierlist Toetsenbordindelingen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3140</id>
		<title>Plan:Logo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3140"/>
		<updated>2026-06-15T21:26:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er is een idee om een logo te maken voor de wiki. Voeg die hier ook vooral lekker toe!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Logo-Zwart.png|300px|links]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM_logo_letters.png|300px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Wiki Logo.png|300px|Een potentieel FnM-Wiki Logo]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3139</id>
		<title>Plan:Logo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3139"/>
		<updated>2026-06-15T21:26:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er is een idee om een logo te maken voor de wiki. Voeg die hier ook vooral lekker toe!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Logo-Zwart.png|300px|links]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM_logo_letters.png|300px|links]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Wiki Logo.png|300px|Een potentieel FnM-Wiki Logo|rechts]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3138</id>
		<title>Plan:Logo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3138"/>
		<updated>2026-06-15T21:26:01Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er is een idee om een logo te maken voor de wiki. Voeg die hier ook vooral lekker toe!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Logo-Zwart.png|300px|links]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM_logo_letters.png|300px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Wiki Logo.png|300px|Een potentieel FnM-Wiki Logo|rechts]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3137</id>
		<title>Plan:Logo</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Plan:Logo&amp;diff=3137"/>
		<updated>2026-06-15T21:25:25Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Er is een idee om een logo te maken voor de wiki. Voeg die hier ook vooral lekker toe!&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Logo-Zwart.png|300px|links]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM_logo.png|300px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM_logo_letters.png|300px]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:FnM-Wiki Logo.png|300px|Een potentieel FnM-Wiki Logo]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:FnM_logo_letters.png&amp;diff=3136</id>
		<title>Bestand:FnM logo letters.png</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://wiki.fietsennaarmaastricht.nl/index.php?title=Bestand:FnM_logo_letters.png&amp;diff=3136"/>
		<updated>2026-06-15T21:24:39Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Mipo: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Mipo</name></author>
	</entry>
</feed>